DRC: Groupe Forrest International loog over vernietiging woningen

DRC: Groupe Forrest International loog over vernietiging woningen

Rapport

Groupe Forrest International heeft consequent gelogen over de vernietiging van honderden huizen in de Democratische Republiek Congo (DRC) in 2009. Het Belgische mijnbouwbedrijf bemoeilijkte op die manier de weg naar gerechtigheid voor de betrokken slachtoffers. Dit meldt Amnesty International vandaag in een nieuw rapport.

Het rapport Bulldozed: How a mining company buried the truth about forced evictions in the Democratic Republic of the Congo onthult aan de hand van satellietbeelden en ander bewijsmateriaal hoe Entreprise Général Malta Forrest (EGMF), een dochterbedrijf van Groupe Forrest International, bulldozers ter beschikking stelde om woningen onrechtmatig te vernielen naast de Luiswishi-mijn in Kawama, Katanga. Het rapport toont ook aan hoe de bedrijven en de Congolese overheid sindsdien alle pogingen van de bewoners om gerechtigheid te krijgen, gehinderd hebben.

“Groupe Forrest International heeft jarenlang ontkend dat er in Kawama gedwongen huisuitzettingen hebben plaatsgevonden. Er is nu overweldigend en onweerlegbaar bewijs van het tegendeel,” zegt Audrey Gaughran, directeur Global Issues van Amnesty International.
 

 

Vijf jaar na datum hebben de inwoners van Kawama nog steeds geen schadevergoeding ontvangen. In 2012 trok EGMF zich terug uit de mijnbouwconcessie. De Luiswishi-mijn is nu in handen van het staatsbedrijf Gécamines en in de voorbije maanden werden mensen die dicht bij de mijn wonen, opnieuw bedreigd met gedwongen huisuitzettingen.

De vernielingen in 2009 werden uitgevoerd door de politie om kleinschalige mijnwerkers uit Kawama die kobalt en koper zouden hebben gestolen uit de mijn te verdrijven. Bulldozers van EGMF werden ingezet om woningen en bedrijfjes te vernietigen in de drie dichtstbijzijnde wijken rond de Luiswishi-mijn. De bulldozers werden bestuurd door chauffeurs van EGMF.

“Sommige mensen verloren zowel hun broodwinning als huis. De impact van de gedwongen huisuitzettingen is tot op vandaag merkbaar. Een vrouw van wie het restaurant gesloopt werd, vertelde aan Amnesty International dat ze het geld niet heeft om voldoende eten te kopen. Ze heeft haar kinderen van school moeten halen. Een gepaste compensatie voor de dorpsbewoners zou veel van het leed verlicht hebben,” aldus Audrey Gaughran.

Nieuw bewijs

Groupe Forrest International heeft altijd beweerd dat de bulldozers enkel tijdelijke woningen van kleinschalige mijnwerkers sloopten en dat de vernielingen legaal waren. Amnesty International heeft echter, onder meer via een openbare aanklager, satellietbeelden, videobeelden en documenten in handen gekregen die onweerlegbaar aantonen dat deze beweringen niet stroken met de werkelijkheid.

De satellietbeelden laten zien hoe tussen 31 mei 2009 en 15 mei 2010 387 gebouwen gesloopt werden in de getroffen wijken. Deze gebouwen waren al aanwezig vóór de instroom van kleinschalige mijnwerkers in Kawama die aanleiding gaf tot het politieoptreden van 24 november 2009.

Videobeelden van die dag tonen hoe permanente woningen van baksteen vernield werden en hoe gewapende politieagenten de inwoners, waaronder kinderen, uit hun huis zetten. Deze informatie wordt bevestigd door getuigenverklaringen van bewoners in de getroffen wijken.

Op bevel van de bazen

Groupe Forrest International beweert dat het niet vrijwillig deelnam aan de vernielingen en de gedwongen huisuitzettingen. De bestuurders van de EGMF-bulldozers, die ondervraagd werden door de openbare aanklager, getuigden echter dat ze van hun bazen het bevel kregen om naar Kawama te rijden en de instructies van de politie op te volgen.

De vernielingen vonden plaats over een periode van twee dagen. Het bedrijf was op de hoogte en had ruimschoots de tijd om te protesteren tegen het gebruik van haar bulldozers en personeel, maar Groupe Forrest International deed dit niet.

Doofpotoperatie

De openbare aanklager stelde een onderzoek in naar de vernielingen en probeerde om de verantwoordelijken strafrechtelijk aan te klagen. Hij kreeg echter instructies van ambtenaren uit Kinshasa en de provinciale regering om dit niet te doen.

“Dit is een duidelijk een doofpotoperatie van de Congolese autoriteiten. De staat liet na om iemand ter verantwoording te roepen voor de gedwongen uithuiszettingen en streefde niet naar een schadevergoeding voor de slachtoffers. De overheid liet haar burgers in de steek,” zegt Audrey Gaughran.

Amnesty International overhandigde haar bezorgdheden en bevindingen aan Groupe Forrest International vóór de publicatie van dit rapport. Het bedrijf ontkende enige verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen in Kawama, die volgens haar enkel te wijten zijn aan het optreden van de politie.

Een groep Congolese en internationale ngo’s probeerde in België een oplossing uit te werken voor de bevolking van Kawama, maar slaagde daar niet in. Het Belgisch Nationaal Contactpunt voor OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen verklaarde dat het niet de capaciteit heeft om dit dossier te onderzoeken.

In de steek gelaten

“De mensen van Kawama proberen al jaren een manier te vinden om de waarheid naar boven te brengen. Hun roep naar gerechtigheid wordt echter gesmoord door de leugens van Groupe Forrest International. Ook de Congolese en Belgische autoriteiten hebben hen in de steek gelaten,” besluit Audrey Gaughran.

Amnesty International roept de Congolese autoriteiten en Groupe Forrest International op om de schade die de bevolking van Kawama heeft geleden volledig te vergoeden. De autoriteiten moeten ook alle verantwoordelijken voor illegale activiteiten die resulteerden in mensenrechtenschendingen aanklagen.

De organisatie vraagt aan de Belgische regering om zoals aangekondigd werk te maken van een actieplan “Bedrijven en Mensenrechten”. Dat moet leiden tot juridische en politieke hervormingen om te voorkomen dat Belgische multinationals en andere bedrijven bijdragen tot mensenrechtenschendingen.

Meer informatie