DRC: de ‘staat van beleg’ wordt al een jaar lang gebruikt om afwijkende meningen de kop in te drukken

DRC: de ‘staat van beleg’ wordt al een jaar lang gebruikt om afwijkende meningen de kop in te drukken

Persbericht
  • Nieuw rapport onthult hoe tientallen critici van de staat van beleg willekeurig worden vastgehouden in de provincies Noord-Kivu en Ituri
  • Hoewel de staat van beleg al 22 keer is verlengd, is het aantal burgerslachtoffers door gewapende groepen het afgelopen jaar verdubbeld, aldus de Verenigde Naties
  • Amnesty roept op tot opheffing van de onrechtmatige beperkingen en de vrijlating van alle arbitrair vastgehouden personen
     

De staat van beleg, vergelijkbaar met een noodtoestand, wordt sinds mei 2021 door de autoriteiten van de Democratische Republiek Congo (DRC) in de provincies Noord-Kivu en Ituri opgelegd, en wordt gebruikt om afwijkende meningen de kop in te drukken. Twee mensenrechtenactivisten zijn door veiligheidstroepen gedood en tientallen activisten worden willekeurig vastgehouden op grond van verzonnen aanklachten, aldus Amnesty International vandaag in een nieuwe briefing.

In de briefing, ‘Justice and freedoms under siege in North Kivu and Ituri’ (ook in bijlage), wordt gedetailleerd beschreven hoe mensen die kritiek uiten, het zwijgen wordt opgelegd. Militaire en politieautoriteiten gebruiken daarvoor verregaande bevoegdheden die ze sinds het invoeren van de staat van beleg op 3 mei 2021 verkregen. De doelwitten zijn onder meer parlementsleden, pro-democratieactivisten en mensenrechtenverdedigers. De briefing toont ook aan hoe de autoriteiten militaire rechtbanken gebruiken om critici te vervolgen in oneerlijke processen.

“Met totale minachting voor de wet hebben defensie- en veiligheidstroepen uitgebreide bevoegdheden gekregen die niet worden gerechtvaardigd door het doel van de staat van beleg. Ze hebben die aangewend om iedereen het zwijgen op te leggen die verantwoording eist voor de acties van de staat in de door conflicten geteisterde provincies Noord-Kivu en Ituri”, zegt Deprose Muchena, directeur van Amnesty International voor Oost- en Zuidelijk Afrika.

“President Felix Tshisekedi moet alle mensenrechtenbeperkingen opheffen. Hij moet er ook voor zorgen dat de staat van beleg geen permanent regime wordt door een duidelijk tijdschema op te stellen voor het beëindigen van de beperkingen.”

Sterke stijging van het aantal burgerdoden

President Tshisekedi verklaarde dat hij de staat van beleg heeft ingesteld om de gewapende groepen te bestrijden en de burgers te beschermen. Het aantal burgerslachtoffers door gewapende conflicten in de regio is het afgelopen jaar echter meer dan verdubbeld.

Tussen juni 2020 en maart 2021 kwamen 559 burgers om tijdens gewapende conflicten in Noord-Kivu en Ituri. Volgens de Verenigde Naties is het aantal burgerdoden tussen juni 2021 en maart 2022 gestegen tot ten minste 1.261.

In een rapport van augustus 2021 verklaarde het Defensie- en Veiligheidscomité van de Nationale Vergadering (het lagerhuis van het Congolese Parlement) dat "moorden, bloedbaden, verkrachtingen en overvallen in de betrokken gebieden zijn toegenomen.”

Wrede onderdrukking van critici

De militaire autoriteiten in Noord-Kivu en Ituri gebruiken hun uitgebreide bevoegdheden om elke vorm van protest of kritiek te onderdrukken. Mensenrechtenactivisten en parlementsleden die kritiek hadden op de maatregelen, worden bestempeld als "vijanden van de staat" en onderworpen aan willekeurige arrestatie en vervolging - en in twee gedocumenteerde gevallen ook gedood.

Minstens twee vreedzame activisten zijn omgekomen als gevolg van het harde optreden van de autoriteiten tegen critici. De 22-jarige Mumbere Ushindi werd door de politie neergeschoten tijdens een protest tegen het feit dat ondanks de staat van beleg er nog steeds burgers sterven. Hij stierf op 24 januari 2022 aan zijn schotwonden. Voorafgaand aan de demonstratie dreigde een politiecommandant iedereen die durfde te protesteren te "verpletteren". La Fontaine Katsaruhande, een 21-jarige activist van La Lutte pour le changement (LUCHA), moest zijn rechterbeen laten amputeren nadat hij op 21 september 2021 door een politieagent was neergeschoten tijdens een vreedzaam protest.

Vier provinciale parlementsleden en één nationaal parlementslid zijn willekeurig gearresteerd en vervolgd, enkel en alleen omdat ze zich uitspraken tegen de verslechterende veiligheidssituatie en het machtsmisbruik door militaire en politieautoriteiten.
Ook journalisten zijn herhaaldelijk aangevallen omdat ze hun werk deden, zelfs door private actoren. De autoriteiten hebben de aanvallen niet onderzocht. Volgens Journalistes En Danger (JED), een organisatie die zich inzet voor de bescherming van journalisten in het land, zijn in Noord-Kivu en Ituri minstens drie journalisten vermoord sinds de staat van beleg werd uitgeroepen.

De bewapening van militaire rechtbanken en de verstoring van het rechtssysteem

Het besluit van president Tshisekedi om militaire rechtbanken te laten oordelen over strafrechtelijke zaken tegen burgers, heeft het recht op een eerlijk proces sterk ondermijnd. Militaire rechtbanken konden een dergelijke toename van het aantal zaken niet aan. Dit heeft geleid tot een drastische toename van het aantal mensen in voorlopige hechtenis die wachten tot hun zaak voor de rechtbank komt en tot een verdere verslechtering van de gevangenisomstandigheden. Bovendien zijn militaire rechtbanken die burgers vervolgen en veroordelen in strijd met het internationaal recht.

Tientallen mensenrechtenactivisten worden willekeurig vastgehouden op verzonnen aanklachten, waaronder 12 LUCHA-activisten die in november 2021 in Beni zijn gearresteerd. In april van dit jaar zijn ze door een militaire rechtbank allemaal tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens “oproepen tot ongehoorzaamheid van de wet.”

De activisten hadden een vreedzaam protest georganiseerd waarmee werd opgeroepen tot een evaluatie van de staat van beleg, die volgens hen de veiligheid voor burgers niet had verbeterd. Minstens acht van de activisten zijn ziek geworden in de gevangenis als gevolg van de slechte detentieomstandigheden en een slechte behandeling.

"Het toenemend gebruik van militaire rechtbanken heeft het recht op een eerlijk proces ernstig ondermijnd", aldus Deprose Muchena.

“De autoriteiten van de DRC moeten onmiddellijk iedereen vrijlaten die willekeurig wordt vastgehouden. Het is schokkend dat de bevolking van Noord-Kivu en Ituri niet alleen moet vrezen voor dodelijke aanvallen door gewapende groeperingen, maar ook voor vervolging omdat ze vragen om effectieve bescherming en gerechtigheid eisen.”

Achtergrond

Noord-Kivu en Ituri zijn twee van de vijf provincies die samen het oosten van de DRC vormen. De regio is rijk aan natuurlijke hulpbronnen, waaronder goud, coltan, tin, wolframiet, wolfraam, olie en hout. Sinds de jaren negentig heeft deze regio te lijden gehad onder gewapende conflicten. Het geweld is de afgelopen jaren toegenomen: volgens de Kivu Security Tracker zijn er tussen 2017 en april 2022 meer dan 7.380 burgers gedood.

Op 3 mei 2021 nam de president een decreet aan waarbij de staat van beleg werd ingevoerd onder het mom van de bescherming van burgers. Tijdens de staat van beleg zijn gewone rechtbanken vervangen door militaire rechtbanken. Politieagenten en militaire agenten hebben de bevoegdheden gekregen om de vrijheid van meningsuiting, vreedzame vereniging, vergadering en beweging te beperken voor zover zij dat nodig achten.

De staat van beleg was aanvankelijk bedoeld voor een periode van 30 dagen, met voor het parlement de mogelijkheid om deze, op verzoek van de regering, met periodes van twee weken te verlengen. Hij is sindsdien echter al 22 keer verlengd en is tot op heden nog steeds van kracht.

Amnesty International heeft voor dit verslag tussen augustus 2021 en april 2022 44 interviews afgenomen met slachtoffers van mishandelingen, advocaten, mensenrechtenactivisten en lokale parlementsleden. De organisatie heeft ook officiële documenten en rapporten geanalyseerd.