Afbeelding
Beeld van motortaxichauffeurs en leden van gewapende groep in de DRC.
© AFP / Michael Lunanga
Persbericht

DRC: Autoriteiten moeten steun stopzetten aan gewapende groepering die verdacht wordt van oorlogsmisdaden

25 juni 2026

* Waarschuwing: Dit persbericht bevat beschrijvingen van verkrachting en foltering

Een gewapende groepering die wordt gesteund door het Congolese leger (FARDC) heeft burgers gedood en gefolterd, eigendommen geplunderd en vrouwen ontvoerd om als seksslaven te gebruiken in het Rutshuru-gebied in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). Dat blijkt uit onderzoek van Amnesty International.

Het Collectif des Mouvements pour le Changement-Forces de Défense du Peuple (CMC-FDP) maakt deel uit van de Wazalendo (“patriotten” in het Swahili), een losse coalitie van gewapende groepen die het Congolese leger inzet als proxy-strijdkrachten in zijn aanhoudende strijd tegen de door Rwanda gesteunde Mouvement du 23 mars (M23). CMC-FDP opereert voornamelijk in de regio Bukombo in Rutshuru, die momenteel door M23 wordt gecontroleerd.

CMC-FDP onderhoudt afgelegen bases in Bukombo en viseert burgers, vaak ’s nachts of in gebieden met weinig M23-strijders. Na gevechten met M23 namen CMC-FDP-strijders wraak op mensen met vermeende banden met M23. vormen schendingen van het internationaal humanitair recht en kunnen neerkomen op oorlogsmisdaden.

“Burgers die in en rond Bukombo wonen, zitten vast en worden gevangen tussen de brutaliteit van M23 en van CMC-FDP. Wat zij dagelijks moeten doorstaan is verschrikkelijk, vooral in afgelegen gebieden waar CMC-FDP volledig straffeloos opereert", zegt Tigere Chagutah, regionaal directeur van Amnesty International voor Oost- en Zuidelijk Afrika.

“De autoriteiten van de DRC veroordelen vaak – geheel terecht - misbruiken door M23, maar negeren vergelijkbaar geweld en door Wazalendo-groepen, zoals de CMC-FDP. Daarmee keuren ze deze misdaden impliciet goed en ontwijken ze hun verantwoordelijkheid om burgers te beschermen en Wazalendo-strijders ter verantwoording te roepen. Andere landen en de internationale gemeenschap moeten de regering van de DRC onder druk zetten om de steun aan deze gewapende groepen onmiddellijk stop te zetten.”

Tussen maart en april 2026 voerde Amnesty International 16 interviews uit via beveiligde telefoontoepassingen. De organisatie sprak met slachtoffers, overlevenden en familieleden van burgers die werden gedood, verkracht, ontvoerd, gefolterd of op een andere manier werden mishandeld door CMC-FDP-strijders tussen juni en december 2025. Amnesty International ontving ook geloofwaardige berichten van mensenrechtenverdedigers over gelijkaardige schendingen in het gebied door de groepering, waaronder het doden van mensen en het platbranden van huizen.

Amnesty International schreef op 8 juni 2026 naar CMC-FDP om zijn bevindingen te delen en informatie te vragen over het gedrag van CMC-FDP-commandanten en -strijders tegenover burgers in de door hen gecontroleerde gebieden. Woordvoerder Héritier Donald Gashegu van CMC-FDP reageerde schriftelijk op 16 juni 2026. CMC-FDP ontkende verantwoordelijkheid voor de door Amnesty gedocumenteerde schendingen en stelt dat “CMC-FDP zich blijft inzetten voor het respecteren van de mensenrechten en de discipline van zijn strijders”.

Verkrachting en seksueel geweld tegen vrouwen

Een vrouw van begin twintig vertelde aan Amnesty International dat, nadat haar echtgenoot in mei 2025 bij M23 was gegaan, CMC-FDP-strijders haar uit haar huis ontvoerden en haar drie maanden lang gevangen hielden. “Ze gaven me een keuze: of ze zouden me doden, of ik moest met hen meegaan”, zei ze.

Ze verklaarde dat CMC-FDP-strijders haar vasthielden in een huis in hun kamp en haar voorstelden aan een commandant die haar “echtgenoot” zou zijn. De strijders gaven haar om de twee dagen een kopje taro-wortel en maïs te eten. Ze zei dat ze twee andere vrouwen zag die ook in het kamp werden vastgehouden, maar dat strijders dreigden haar neer te schieten als ze met hen sprak. Ze zei dat de commandant haar herhaaldelijk verkrachtte. “Ik dacht dat hij me zou doden als ik weigerde. Hij kwam elke nacht [voor seks].” Ze kon vluchten toen M23 het CMC-FDP-kamp aanviel.

Amnesty International sprak ook met een 22-jarige vrouw die getuigde hoe CMC-FDP-strijders haar in juni 2025 ontvoerden nadat haar echtgenoot zich bij M23 had aangesloten. Ze namen haar mee naar hun basis in Mudugudu in Bukombo, waar ook zij werd gedwongen de “vrouw” van een commandant te zijn. “Hij zei: ‘Als je geen seks met mij hebt, ga ik je doden.’” Ze zei dat er nog vier andere vrouwen in het kamp waren die eveneens gedwongen werden de “vrouwen” van strijders te zijn.

Ze zei dat ze ook burgers zag die in het kamp werden vastgehouden en mishandeld. “Ze namen mensen mee en brachten hen naar de basis. Als je niets waardevols had, sloegen ze je. Als je geluk had, lieten ze je met rust. Er waren [ondergrondse detentiecellen] waar ze mensen opsloten. Ze hielden mensen vast voor geld.” Dit komt neer op de oorlogsmisdaad van gijzelneming. De jonge vrouw ontsnapte in oktober 2025 nadat M23 het kamp had aangevallen.

De twee overlevenden van seksueel geweld met wie Amnesty International sprak, werden vastgehouden in omstandigheden die neerkomen op seksuele slavernij. De overlevenden zeiden dat ze seksueel overdraagbare aandoeningen hadden opgelopen na de verkrachtingen, wat hen pijn en lijden veroorzaakte. Beide vrouwen werden behandeld in gezondheidscentra, maar veel overlevenden van seksueel geweld door Wazalendo-gewapende groepen hebben geen toegang tot passende medische of psychologische zorg.

Seksuele slavernij en andere vormen van seksueel geweld in de context van een gewapend conflict zijn ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en komen neer op oorlogsmisdaden. Ze schenden ook verschillende mensenrechten, waaronder het recht op gelijkheid en non-discriminatie, het recht op lichamelijke integriteit en het verbod op foltering en andere mishandeling.

CMC-FDP verklaarde dat het de beschuldigingen dat hun strijders vrouwen hebben verkracht, tot seksuele slavernij hebben gedwongen of vrouwen hebben verplicht om met hun commandanten te ‘trouwen’ “categorisch verwerpt”. “Er zijn geen klachten, officiële rapporten of doorverwijzingen met betrekking tot de genoemde incidenten onder de aandacht gebracht van onze interne disciplinaire of gerechtelijke instanties.”

De leiders van CMC-FDP hadden op de hoogte moeten zijn van de misbruikpraktijken van hun commandanten. Zij kunnen medeplichtig zijn aan deze misstanden als zij wisten dat deze plaatsvonden en hebben nagelaten om actie te ondernemen om ze te voorkomen of te stoppen.

Mishandeling en andere wandaden tegen vrouwen

Op 20 november 2025 zochten acht mensen, onder wie een zwangere vrouw en haar echtgenoot, hun toevlucht in een bananenplantage in Mashango, een dorp in Bukombo, tijdens een vuurgevecht tussen M23 en lokale gewapende groepen, waaronder waarschijnlijk de CMC-FDP.

De gewapende strijders vonden hen en vroegen om kookolie. “We zeiden dat we geen olie meer hadden. Ze plunderden vervolgens alles in ons huis en brandden onze huizen plat. Eén (van de strijders) had medelijden met mij. Hij zei: ‘Deze vrouw is zwanger en staat op het punt te bevallen, we moeten haar sparen.’”

De vrouw zei dat het CMC-FDP-strijders waren, omdat de groep een basis had in Mashango, in Bukombo, een gebied dat door de groep werd gecontroleerd.

De strijders namen haar echtgenoot mee en doodden hem. “Ze hebben hem met machetes in stukken gehakt. Alle mensen werden met machetes gedood. Ik ben [later] naar lichamen gaan zoeken… we vonden hun lichamen toen ze al in ontbinding waren.” Diezelfde dag beviel de vrouw alleen, om 17.30 uur, in het bos van een jongetje.

Een andere vrouwelijke overlevende vertelde Amnesty dat haar echtgenoot zich in juni 2025 bij M23 had aangesloten en dat CMC-FDP-strijders de maand nadien naar haar huis kwamen. “Het waren er vier [die kwamen] rond het middaguur”, zei ze. “Twee hadden geweren en twee hadden houten stokken. Ik zei hen: alsjeblieft, heb medelijden met mij, ik ben zwanger. Ze zeiden: ‘ons probleem is niet je zwangerschap; we willen je echtgenoot zien.’ Ze sloegen me vele keren. Ze sloegen me en verwondden me met een mes. De volgende dag kreeg ik een miskraam.”

CMC-FDP ontkent de beschuldiging dat zij huizen hebben geplunderd en in brand gestoken.

Wraakacties en standrechtelijke executies

Negen slachtoffers en overlevenden vertelden Amnesty International dat CMC-FDP-strijders hun echtgenoten hebben gedood of hen hebben ontvoerd omdat hun zonen of echtgenoten zich bij M23 hadden aangesloten.

Een 35-jarige vrouw zei dat een CMC-FDP-commandant en zes strijders in november 2025 naar haar huis kwamen in Kyahemba, een dorp in Bukombo. Ze zei dat de commandant het huis binnenging en haar vroeg: “Heb jij toegelaten dat je kind werd gerekruteerd [door M23]?” De vrouw zei dat haar 15-jarige zoon eerder die maand zonder waarschuwing was vertrokken om zich bij M23 aan te sluiten. “Ik zei dat ik niet wist hoe hij was gerekruteerd. Toen begon hij op mijn echtgenoot te schieten.” Ze zei dat haar echtgenoot, in het bijzijn van hun kinderen van 8 en 6 jaar, drie keer in de borst werd geschoten. De vrouw kreeg later te horen dat haar zoon als lid van M23 omkwam.

Volgens vier slachtoffers en volgens informatie van een mensenrechtenverdediger was een CMC-FDP-commandant die in Kyahemba was gestationeerd betrokken bij de detentie of de moord op hun naasten.

Een andere vrouw, Elisabeth*, zei dat zes CMC-FDP-strijders, van wie er vier voormalige buren waren, in november 2025 naar haar huis kwamen op zoek naar haar echtgenoot. “Ze zeiden ons het huis te verlaten. Ze zeiden: ‘Jullie werken samen met (M23) …’ Ze deden alsof [mijn echtgenoot] medeplichtig was aan M23. Ze schoten hem drie keer neer, in de borst en in de geslachtsdelen. Nadat ze hem hadden neergeschoten, plunderden ze het huis. Ze vertrokken met vier geiten, kleding en kookpotten.”

In hun antwoord aan Amnesty International heeft CMC-FDP niet aangegeven dat zij maatregelen namen om de beschuldigingen dat hun strijders burgers zouden hebben gedood, te onderzoeken. Ze stelden dat ze niet over voldoende informatie beschikten om onderzoeken uit te voeren.

Afpersing en bedreigingen

Vóór de komst van M23 in het gebied inde CMC-FDP geld bij de inwoners, een vorm van belasting bekend als lala salama (slaap rustig in het Swahili). Deze “belastingen” waren ogenschijnlijk bedoeld om de bescherming van burgers te financieren. Een slachtoffer zei dat haar echtgenoot zich bij M23 had aangesloten omdat hij de afpersing beu was.

Innocent*, die in Kyahemba werkte, zei dat nadat zijn zoon zich in augustus 2025 bij M23 had aangesloten, CMC-FDP-strijders hem drie keer benaderden en geld vroegen omdat zijn zoon zich bij de groep had aangesloten. Hij betaalde hen 300 Amerikaanse dollar. “Elke keer zeiden ze dat ik mijn zoon moest meenemen om zich bij hun groep aan te sluiten. Ik zei: ik ben het niet die hem daarheen heeft gebracht. Hoe zou ik hem moeten vinden? Elke keer dat ze kwamen, sloegen ze me. Ze brandden drie huizen plat, dat van mij en nog twee andere. Ze zeiden dat ze me zouden doden als ik hen geen geld gaf.”

Justine*, een 20-jarige vrouw, zei dat haar echtgenoot in juli of augustus vorig jaar was gevlucht zonder haar iets te zeggen. In september kwamen strijders van CMC-FDP naar haar huis. “Ik zie eruit als een Tutsi. [CMC-FDP-strijders] forceerden de deur, kwamen binnen en gaven me een zweepslag op mijn achterste en op mijn borst. Ze bonden mijn handen vast. Ze zeiden: ‘zeg ons waar je echtgenoot is’.” Toen ze zei dat ze het niet wist, zeiden ze dat ze haar zouden meenemen naar een van de militaire commandanten van CMC-FDP, die haar, zo lieten ze verstaan, zou dwingen de verblijfplaats van haar echtgenoot prijs te geven.

Op weg naar de commandant hielp een van de strijders haar te ontsnappen. “Ik droeg een baby, en de strijder had medelijden met de baby. Hij zei: ‘als je die kant opgaat, gaan ze je doden’.”

Justine geloofde dat haar echtgenoot zich uit angst bij M23 had aangesloten. Ze zei dat M23 in juli of augustus tegen haar echtgenoot had gezegd: “(Jij) bent een Rwandese Tutsi, en alle Tutsi die zich niet bij M23 aansluiten, zullen onthoofd worden.”

CMC-FDP schreef dat “CMC-FDP geen beleid of praktijk heeft waarbij losgeld of betalingen worden geëist van familieleden van personen die zich hebben aangesloten bij M23 of een andere tegenstander. Mocht er sprake zijn van geïsoleerde gevallen van gedrag dat indruist tegen onze principes, willen wij als eersten weten wie de daders zijn, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen in overeenstemming met de disciplinaire regels en de vereisten van gerechtigheid.”

De leiders van CMC-FDP hadden moeten weten dat gevallen van afpersing en losgeld plaatsvonden en hadden de verantwoordelijkheid om deze te onderzoeken en de betrokken strijders ter verantwoording te roepen. Indien zij wisten dat deze praktijken plaatsvonden en hebben nagelaten ze te stoppen, kunnen zij medeplichtig zijn aan deze wandaden.

Steun van het Congolese leger aan CMC-FDP

In mei 2023 nam de regering van de DRC een wet aan tot oprichting van een Reserveverdedigingsleger, waarbij bepaalde lokale gewapende groepen, waaronder CMC-FDP, werden geïntegreerd in het Congolese leger. Zo werd een proxymacht gecreëerd ter ondersteuning van de strijd tegen M23.

FARDC ondersteunt deze gewapende groepen financieel en met wapens en munitie. De Congolese minister van Financiën verklaarde in december 2025 tegenover de Commissie Defensie en Veiligheid van de Nationale Vergadering dat de staat maandelijks 4 miljoen Amerikaanse dollar betaalt aan Wazalendo-groepen.

Volgens een intern document van de militaire overheid van Noord-Kivu, verkregen door de Congolese onderzoeksgroep Ebuteli, ontving CMC-FDP eind 2023 en begin 2024 meer dan 100.000 stuks munitie en meer dan 100 40mm granaatwerpers van de FARDC.

In juli 2024 legde de Europese Unie sancties op aan de hoogste commandant van CMC-FDP, Dominique “Domi” Kamanzi Ndaruhutse, wegens het “plegen van daden die ernstige schendingen en misbruiken van de mensenrechten vormen”. Hij heeft meer dan tien jaar gevochten met verschillende Nyatura-groepen (Kinyarwanda voor “hard slaan”) en heeft volgens de VN-groep van experts over de DRC samengewerkt met de Forces Démocratiques de Libération du Rwanda (FDLR), met name in het Bwito-gebied van Rutshuru. De FDLR is een gewapende oppositiegroep die actief is in het oosten van de DRC en bestaat uit Rwandese en Congolese strijders, waaronder restanten van de Interahamwe en voormalige Rwandese soldaten die verantwoordelijk waren voor de genocide in Rwanda in 1994, evenals strijders die niet bij de genocide betrokken waren.

“Het is onaanvaardbaar dat het Congolese leger CMC-FDP-strijders blijft steunen ondanks hun verschrikkelijke wandaden tegen burgers”, zegt Tigere Chagutah. “De schendingen door deze groep duren al jaren onverminderd voort. De Congolese regering moet haar steun en samenwerking met CMC-FDP en andere Wazalendo-groepen die zich schuldig maken aan schendingen onmiddellijk stopzetten en hen ter verantwoording roepen.”

* Pseudoniemen worden gebruikt om de identiteit van de geïnterviewden te beschermen om veiligheids- en vertrouwelijkheidsredenen.

Lees ook

Meer nieuws