Door Tshisekedi beloofde gerechtigheid blijft uit in Democratische Republiek Congo

Door Tshisekedi beloofde gerechtigheid blijft uit in Democratische Republiek Congo

Persbericht

De rechtsstaat versterken, straffeloosheid bestrijden en gerechtigheid garanderen: het zijn beloftes die president Felix Tshisekedi van de Democratische Republiek Congo (DRC) uitsprak bij zijn inauguratie maar die hij niet is nagekomen. Tot wanhoop van de families van de honderden mensen die werden gedood in de crisis voorafgaand aan de verkiezingen in de DRC, zegt Amnesty International.

President Tshisekedi legde de eed af als president op 24 januari 2019, na zijn overwinning in de verkiezingen die op 30 december 2018 met twee jaar vertraging plaatsvonden. Negen maanden na zijn eedaflegging zei hij dat hij niet “in het verleden zou poken”. Sindsdien heeft hij niets gedaan om de dood te laten onderzoeken van minstens 320 mensen die tijdens de protesten tussen 2015 en 2018 om het leven kwamen.

“President Tshisekedi moet het leed dat de slachtoffers en hun families is aangedaan, erkennen en er zich in het openbaar toe verbinden de verantwoordelijken onmiddellijk en effectief te vervolgen”, zegt Deprose Muchena, Amnesty’s directeur voor de regio Oost- en Zuidelijk Afrika.

Amnesty International interviewde 115 overlevenden en familieleden van slachtoffers die op zoek zijn naar gerechtigheid en bundelde de neerslag van die gesprekken in een nieuw rapport, ‘Dismissed! Victims of 2015-2018 brutal crackdowns denied justice in the DRC’. Velen uiten hun frustraties over het gebrek aan daadkracht van de autoriteiten bij het onderzoeken en vervolgen van de verantwoordelijken.

“Toen Felix Tshisekedi nog een opposant van het regime was, kwam hij me zeggen: jullie kunnen op ons rekenen. Maar sinds hij president is, horen we niets meer van hem… Zij die papa hebben vermoord, moeten vervolgd en gestraft worden”, zegt de 15-jarige Kelly Tshimanga. Haar vader, Rossy Mukendi Tshimanga, werd op 25 februari 2018 dodelijk getroffen door een politiekogel in zijn maag aan de katholieke Saint Benoit-kerk in Kinshasa. 

Falende justitie

Een aantal families vertelde Amnesty International dat met de klachten die ze indienden niets gedaan was en dat ze daardoor de moed hadden verloren om verder gerechtelijke stappen te ondernemen. Anderen zeiden dat ze niet naar het gerecht stapten uit vrees voor represailles. Sommigen beschouwden justitie als een privilege voor de rijken.

De moeder van een ander slachtoffer, dat op 19 december 2016 gedood werd door soldaten van de Republikeinse Garde, zei: “De soldaten die mijn zoon doodschoten, zijn goed genoeg gekend door iedereen in de buurt. Ze hebben wapens, ze kunnen alles doen wat ze willen. Een klacht tegen hen indienen, zou zelfmoord betekenen voor mij en mijn kinderen. Ik heb al een zoon verloren, ik wil niet de oorzaak zijn van nog meer doden in mijn familie.”

Boweya Ntando (46) stierf op 20 september 2016 nadat zij in haar hoofd was geschoten. Haar zus, Molela Mowaki, een visverkoopster, zorgt nu voor Boweya’s 12 kinderen, naast de zes kinderen die ze zelf heeft. “Ik weet niets van staatszaken en ik heb niemand om me te helpen”, zegt ze. “Zelfs als ik wist wat me te doen stond, waar zou ik het geld halen om een advocaat te betalen, nu ik moet bikkelen om voor deze kinderen te zorgen? Hebben niet alle slachtoffers recht op gerechtigheid?”

De overheid betaalde de begrafeniskosten voor sommige slachtoffers, maar viel daarna hun families lastig toen die probeerden gerechtigheid na te streven.

Thérèse Kapangala, een aspirant-non, werd in de katholieke kerk van Saint François de Sales in Kinshasa doodgeschoten. Haar familie is vastberaden om gerechtigheid te doen gelden en heeft geld van de autoriteiten geweigerd.

“De staat heeft ons nog niet verteld wie onze dochter heeft gedood, en waarom en van wie het bevel kwam om op kerkgangers te schieten. Hij wil ons belachelijk maken, of is het een manier om ons stilzwijgen af te kopen? Op het bloed van onze dochter staat geen prijs. Ik weet dat we heel wat risico’s nemen door gerechtigheid te vragen voor Thérèse. We zijn haar dat verschuldigd. Zij die het bloed van mensen vergieten, moeten weten dat ze daar een hoge prijs voor moeten betalen”, zegt haar oom, pater Joseph Musubao.

Schijnonderzoeken

Onder internationale druk heeft president Joseph Kabila drie commissies samengesteld om de dodelijke repressie tegen protesterende burgers te onderzoeken, maar tot gerechtelijke vervolgingen heeft dat niet geleid. 
De eerste commissie, opgericht in 2016, onderzocht de gewelddadige protesten die plaatsvonden in het land van 19 tot 21 september 2016, nadat de aankondiging van de verkiezingen, waar zo naar uitgekeken werd, er niet was gekomen. Minstens 49 mensen kwamen bij die protesten om het leven. De onderzoekscommissie ging zorgvuldig na welke gebouwen vernield waren en zette de betogers weg als plunderaars. Over het dodelijke geweld van de veiligheidstroepen geen woord.

“De DRC is een rechtsstaat en heeft internationale mensenrechtenverdragen ondertekend die buitengerechtelijke executies en het gebruik van excessief geweld door veiligheidstroepen ten strengste verbieden. Iedereen die verdacht wordt van het onwettig doden van mensen moet worden gearresteerd en in beschuldiging gesteld, en moet een eerlijk proces krijgen, dat niet mag leiden tot de doodstraf”, zegt Deprose Muchena.

Een tweede commissie, die in februari 2018 werd gevormd, onderzocht het gebruik van dodelijk geweld tegen betogers op 31 december 2017 en 21 januari 2018. De commissie deed in haar rapport de aanbeveling om veiligheidsagenten die excessief geweld tegen betogers hadden bevolen of gebruikt, te vervolgen. In april 2018, een maand na de publicatie van het rapport, stapten zes mensenrechtenorganisaties op uit de commissie omdat de regering geen zin had om de aanbevelingen uit te voeren.

“Gerechtigheid en onderzoeken zijn een klucht. Het is een publiciteitsstunt die mensen in slaap moet wiegen”, zegt pater Jean-Claude Tabu van de Saint-Benoîtparochie.
Een derde commissie, in juni 2018 opgezet om het doden van betogers in september en december 2016 opnieuw te onderzoeken, heeft haar werk nooit afgemaakt. Insiders zegden dat veiligheidsagenten dagvaardingen schaamteloos negeerden en dat het werk van de commissie uiteindelijk stilviel toen de verantwoordelijke minister op verkiezingscampagne vertrok.

“Het verzoek van slachtoffers en hun families om mensenrechtenschenders aansprakelijk te stellen, kan niet zomaar als ongemak weggewuifd worden. President Felix Tshisekedi moet hun lijden erkennen en breken met de straffeloosheid uit het verleden, zodat gerechtigheid kan geschieden”, aldus Deprose Muchena.

hier niet op duwen