De NMBS moet het spoor van de mensenrechten kiezen en momenteel afzien van de onderhandelingen met Construcciones Y Auxiliar de Ferrocarriles (CAF)
Op 23 juli 2025 bevestigde de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) Construcciones y Auxiliar de Ferrocarriles (CAF) als voorkeursbieder voor de levering van nieuwe treinstellen. Momenteel lijkt CAF nog steeds de voorkeur te krijgen. Amnesty International waarschuwt dat NMBS op dit moment niet in zee kan gaan met CAF.
Waarom vinden wij een eventuele samenwerking tussen CAF en de NMBS problematisch?
Binnenkort komt de Raad van Bestuur van de NMBS samen om de aankoop van nieuwe treinstellen te bespreken. Vandaag publiceren we een open brief aan de leden van de Raad van Bestuur van de NMBS met de oproep af te zien van de mogelijke samenwerking tussen CAF en NMBS. De bestuursleden ontvingen deze brief, die uitlegt waarom in zee gaan met CAF problematisch is, reeds op 3 november.
Uit Amnesty’s recente briefing “Pull the plug on the political economy enabling Israel’s crimes” blijkt dat overheden, openbare instellingen en bedrijven over de hele wereld de langdurige schendingen van het internationaal recht door Israël mogelijk maken of ervan profiteren.
De briefing noemt 15 specifieke bedrijven, waaronder CAF, die momenteel bijdragen aan de genocide op Palestijnen in de bezette Gazastrook, de onwettige bezetting van het bezette Palestijnse Gebied (OPT) en het wrede apartheidsregime tegen Palestijnen. Door het leveren van transportmateriaal en –diensten aan Israël voor het Jerusalem Light Rail (JLR)-project, faciliteert CAF al verschillende jaren dat de illegale nederzettingen deel worden van Israël. Dat is problematisch omdat het in strijd is met het internationaal recht. Daarom zijn bestellingen bij CAF zorgwekkend zolang dit bedrijf bijdraagt aan de schendingen van het internationaal recht door Israël.
De NMBS heeft de verantwoordelijkheid om niet bij te dragen tot ernstige mensenrechtenschendingen en maakt zich sterk aan maatschappelijk verantwoord ondernemen te doen. Een van de voorwaarden uit de gedragscode van de NMBS voor leveranciers die goederen of diensten leveren, is dat de leverancier de mensenrechten en het internationaal recht respecteert. Het is zeer duidelijk dat CAF die standaard niet haalt. Daarom baart het ons zorgen dat de NMBS het Spaanse bedrijf CAF als leverancier overweegt.
Wat bevelen wij aan?
Wij roepen op om druk uit te oefenen op CAF om zijn bijdrage aan de illegale bezetting van Palestijns Gebied te stoppen. Concreet bevelen we de NMBS aan om momenteel af te zien van de onderhandelingen met CAF en hen op dit moment uit te sluiten van alle activiteiten die betrekking hebben op de verkoop van hun materialen en diensten.
Deze maatregelen moeten van kracht blijven totdat CAF kan aantonen dat het niet bijdraagt aan Israëls systeem van apartheid, aan de illegale bezetting of aan andere misdaden onder het internationaal recht.
Achtergrond
CAF levert transportmaterieel en -diensten aan Israël voor het Jerusalem Light Rail (JLR)-project. De JLR verbindt de illegale Israëlische nederzettingen in bezet Oost-Jeruzalem met elkaar en met West-Jeruzalem. De spoorlijn bedient de nederzettingen en vergemakkelijkt zo het vervoer van kolonisten, de fysieke uitbreiding van de nederzettingen en hun economische duurzaamheid. Sinds 2019 speelt CAF een sleutelrol in de uitbreiding van de JLR. Zo gaat de illegale kolonisatie, bezetting en annexatie van Oost-Jeruzalem door Israël steeds verder. CAF werd dan ook toegevoegd aan de database van de Verenigde Naties van bedrijven die betrokken zijn bij activiteiten in de illegale Israëlische nederzettingen op bezet Palestijns grondgebied.
Uitspraken van de hoogste rechtsinstanties van de wereld maken duidelijk dat de NMBS nu geen zaken kan doen met CAF. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag maakte in een advies van 19 juli 2024 glashelder dat er geen hulp of bijstand mag verleend worden aan het in stand houden van de onwettige en voortdurende bezetting van het door Israël bezet Palestijns Gebied. Dat geldt voor overheden. Alle bedrijven hebben de verantwoordelijkheid, onder internationaal recht, om mensenrechten te eerbiedigen. Dat wil zeggen dat ze inbreuken op de mensenrechten moeten voorkomen en een eventuele negatieve impact van hun activiteiten moeten vermijden of aanpakken. De NMBS heeft dus een morele maar ook een juridische verantwoordelijkheid om niet bij te dragen tot de ernstige mensenrechtenschendingen in Israël en bezet Palestijns Gebied.