De duim van de Staatssecretaris

De duim van de Staatssecretaris

Blog

De uitspraak van het Europees Hof van Justitie vandaag is duidelijk: het EU-recht verplicht lidstaten  niet om zogenoemde humanitaire visa uit te reiken aan vluchtelingen zodat ze in de EU asiel kunnen aanvragen.

Respect voor het asielrecht en de plicht om mensen op de vlucht te beschermen blijven echter onverkort overeind. Laat dit dus geen vrijgeleide zijn om (nog) minder werk te maken van veilige en legale routes voor mensen op de vlucht, wel integendeel. 

Als je vandaag oorlog, geweld en ontbering moet ontvluchten, heb je ruwweg drie opties.

  1. Je zoekt bescherming in een overbevolkt vluchtelingenkamp in je eigen land of een buurland waar je leven in het beste geval ‘on hold’ staat.
  2. Je vlucht naar een stad of gebied in de regio en probeert er je eigen boontjes te doppen, vaak clandestien met alle risico’s van dien.
  3. Je schraapt al je geld samen en zoekt een mensensmokkelaar die je op gevaar van leven naar een meer veilig deel van de wereld beweert te zullen brengen.

Als je onderweg niet verdrinkt of vast komt te zitten in een overvol opvangkamp op een Grieks eiland, kan je uiteindelijk asiel aanvragen in een EU-lidstaat.  

Dat is hoe we vandaag vorm geven aan het beschermen van mensen op de vlucht en dat is onaanvaardbaar. Meer nog, we verzaken aan onze juridische en morele verplichtingen.

Laat ons niet vergeten dat het asielrecht een hoeksteen van het internationaal recht is en blijft. Door de manier waarop de Europese lidstaten daar nu mee omgaan, blijven we pijnlijk in gebreke.  

Een beslissing van het Europees Hof dat EU-lidstaten mensen in reëel gevaar een visum moeten geven, had een breekijzer kunnen zijn om de EU-lidstaten te dwingen meer verantwoordelijkheid te nemen. Het zou er daarbij niet om gaan de asielsluizen van de hele wereld naar Europa open te zetten, maar wel om een rigoureuze mensenrechtenstempel te drukken op het Europees asielbeleid. Een visum laat niet alleen toe dat vluchtelingen veilig en in een beheersbaar proces ons land kunnen bereiken. Het heeft ook een impact op de lucratieve mensensmokkel: door mensen zekerheid te bieden over een legale vluchtroute, maai je het gras weg voor de voeten van mensensmokkelaars die teren op de chaos die ontstaat aan de gesloten grenzen van vandaag.

Het Hof maakt duidelijk dat landen niet moeten, maar wel zo’n visa kunnen uitreiken. De beslissing is dus teruggeschoven naar het nationale politieke niveau. Als we de bescherming van mensen op de vlucht vanuit een mensenrechtenperspectief willen benaderen, zijn we het onszelf weldegelijk verplicht om humanitaire visa méér in te zetten.  Vandaag stelt de Belgische Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, al meer humanitaire visa dan ooit uit te reiken. Dat klopt. Een 1000-tal visa in 2016 is meer dan enkele honderden van de voorgaande jaren. Maar in het licht van het weinige aantal mensen dat op een veilige manier ons land weet te bereiken, en in het licht van de hoge nood, is 1000 een erg bescheiden humanitair beleid. 

Zo’n visa worden momenteel niet alleen op heel beperkte schaal uitgereikt, maar ook zonder een duidelijke lijn of beleid. De recente uitspraak van het Europees Hof zou vooral een stimulans moeten zijn om afspraken over het afleveren van humanitaire visa verder af te stemmen in Europees en internationaal verband. België kan daarbij een voortrekkersrol spelen en veel meer mensen de kans geven met visa veilig en ordentelijk asiel aan te vragen. Hoeveel hangt af van het aantal vluchtelingen in nood en van de manier waarop landen er in slagen verantwoordelijkheid te delen, bijvoorbeeld in een Europees spreidingsplan dat écht wordt uitgevoerd. 

De duim gaat omhoog, of naar beneden. Dat kan veel beter.

Daarvoor is een duidelijk en transparant beleid rond humanitaire visa nodig. Vandaag wordt geval per geval tegen het licht gehouden, onvoorspelbaar en zonder eenduidige criteria. Het is de Staatssecretaris voor asiel en migratie of zijn administratie (Dienst Vreemdelingenzaken) die ‘discretionair’ beslist of iemand al dan niet zo’n visum krijgt. De duim gaat omhoog, of naar beneden. Dat kan veel beter. Laat de uitspraak van het Europees hof geen aanleiding zijn om alles bij het oude te laten, maar om een ernstig debat te voeren over duidelijke en transparante criteria of richtlijnen voor het afleveren van visa. Waarom bijvoorbeeld niet vastleggen welke kwetsbare groepen die een band hebben met België in de regel beroep kunnen doen op zo’n visum?  

Humanitaire visa volwaardig inzetten als beleidsinstrument betekent niet een politiek van open grenzen. Het betekent wel op een werkbare en veilige manier meer verantwoordelijkheid opnemen in de globale vluchtelingencrisis.

hier niet op duwen