Congo: #JusticeNow

Congo: #JusticeNow

Blog

#JUSTICENOW

De #JUSTICENOW campagne eist gerechtigheid voor de slachtoffers van mensenrechtenschendingen door repressie van de Congolese overheid in de aanloop van de presidentsverkiezingen tussen januari 2015 en december 2018.
De pogingen van president Kabila om na zijn laatste ambtstermijn aan de macht te blijven, leidden tot grootschalige protesten van oppositie en middenveldorganisaties die meedogenloos werden neergeslagen door de Congolese overheid. Volgens de Verenigde Naties kwamen hierbij 300 Congolezen om het leven. Veiligheidstroepen gebruikte systematisch en buitensporig geweld tegen jonge demonstranten. Oppositieleden werden gearresteerd, moesten het land ontvluchten of werden het zwijgen opgelegd.

Het rapport ‘Dismissed: Denial of justice for victims of 2015-2018 brutal crackdowns in the Democratic Republic of Congo’ gaat dieper in op de gepleegde mensenrechtenschendingen en praat met de familie van de slachtoffers. 

 


In het kader van de #JUSTICENOW campagne laten we iedere maand een verschillende zaak aan bod komen uit het rapport:

Gaby Mamba

Op maandag 19 januari 2015 braken protesten uit ten gevolge van de invoering van een nieuwe kieswet door het parlement. Duizenden politieagenten en soldaten werden ingezet om de protesten de kop in te drukken. Ondanks de hardhandige repressie, waarbij zo’n 43 mensen werden gedood en 110 anderen gewond raakten, verspreidde het protest zich naar andere steden zoals Lubumbashi en Goma. Op 24 januari werd de controversiële wet opnieuw ingetrokken, waarna het protest afnam.

De 16-jarige student Gaby Mamba werd door een politiekogel geraakt in de nek toen hij op 19 januari vanuit zijn raam in de buitenwijk Matete naar de protesten aan het kijken was. Boze demonstranten brachten zijn lichaam naar een lokaal politiebureau, maar werden daar verjaagd door de politie. Hierop moest de familie van Gaby toekijken hoe één van de politiemannen het lichaam van Gaby Mamba verminkte met een bajonet. De politie nam het lichaam van de jongen mee op een politietruck en reed weg.

“Na twee dagen zoeken, vonden we zijn lichaam in het mortuarium van St. Joseph Hospital”, zegt zijn tante aan Amnesty International. “De wachters van het ziekenhuis vertelden dat ze het lichaam door de politie uit een pick-up truck was geworpen in een straat in de buurt.” Hierna was het nog steeds niet mogelijk om zijn lichaam op te halen. Vier andere familieleden en overlevenden van de repressie vertelden Amnesty hoe de Congolese intelligentiediensten de mortuaria hadden opgedragen om lichamen van slachtoffers niet vrij te geven aan de familie. De familie van Gaby kon hem pas na 45 dagen begraven na zo’n 2000 USD in kosten betaald te hebben.

Met de hulp van een buur die als advocaat werkt, diende de familie van Gaby een klacht in tegen onbekende personen voor het Matete Hooggerechtshof. Ze hebben nooit een antwoord ontvangen van de procureur noch van een andere juridische autoriteit. De magistraat verantwoordelijk voor de zaak zei tegen Amnesty International dat ze geen middelen hadden om de zaak te onderzoeken en hij niet in staat was het dossier van Gaby Mamba terug te vinden.

De jaren zijn gepasseerd, maar voor ons blijft de pijn aanwezig. Zo lang diegenen die hem vermoord hebben onbestraft blijven, is het onmogelijk voor ons om ons rouwproces af te sluiten.
- Neef van Gaby
De autoriteiten wilden hem begraven als een dakloze om hun verhaal te justifiëren dat de slachtoffers als plunderaars neerzet.
- Tante van Gaby

Benjamin Badibanga Mwindilayi

De 18-jarige Benjamin Badibanga Mwindilayi zou bijna afstuderen aan de middelbare school toen hij op 21 januari 2018 rond 11u suiker ging kopen in een buurtwinkeltje in Kingabwa in het noordoosten van Kinshasa. Twee veiligheidsagenten kwamen aangereden op een motorfiets en schoten Benjamin twee keer in het gezicht. Hij was op slag dood.

Die dag werden in het hele land vreedzame protesten georganiseerd door het comité laïc de coordination, een organisatie gelinkt aan de katholieke kerk, met als doel de Congolese autoriteiten op te roepen eindelijk de vaak uitgestelde verkiezingen te organiseren. 

Toen de familie het lichaam van Benjamin naar het mortuarium van het ziekenhuis Saint Joseph wouden brengen, verwittigden omstaanders hun dat de veiligheidsdiensten wegblokkades hadden opgeworpen en mogelijk het lichaam in beslag zouden nemen. De familie besloot daarop het lichaam naar een nabijgelegen MONUSCO-basis te brengen, waar ze het advies kregen naar het ziekenhuis Cinquantenaire te gaan. Daar aangekomen weigerde het ziekenhuispersoneel Benjamins lichaam aan te nemen omdat hij aan shotwonden was overleden. De familie ging dan, begeleid door personeel van de VN en het Rode Kruis, naar het algemene ziekenhuis van Kinshasa. Volgens familieleden liet men daar het lichaam van Benjamin dagenlang op de grond liggen in het mortuarium. 

De autoriteiten gingen eerst niet in op het verzoek van de familie op het lichaam te laten balsemen. Wanneer de openbare aanklager hiertoe uiteindelijk toestemming gaf op 30 januari, was het lichaam al in verregaande staat van ontbinding. Op 3 februari 2018 werd Benjamin begraven.

Benjamin’s familie schreef een brief naar het ministerie van mensenrechten maar heeft sindsdien nooit bezoek gehad van een officiële of gerechterlijke instantie.

Amnesty bezocht in 2018 de moeder van Benjamin. “Mijn zoon deed niet mee aan protesten. Hij werd bij zijn thuis vermoord.” Tijdens een tweede bezoek in augustus 2019 toonde de moeder, nog steeds vol verdriet, aan de medewerkers van Amnesty hoe Benjamin het huis destijds had opgeknapt.

Benjamin werd gedood door zij die hem moesten beschermen. 
De familie kon toen pas het lichaam van Benjamin naar huis meenemen voor een rouwceremonie. Ze moesten wierook branden om de stank van het lichaam te verdrijven. 
De familie is niet op de hoogte van een eventueel onderzoek naar de dood van Benjamin. 

Rossy Mukendi Tshimanga

Op 25 februari 2018 werd Rossy Mukendi Tshimanga doodgeschoten door een politieagent tijdens een vreedzaam protest bij de parochie Saint-Benoit in de gemeente Lemba (Kinshasa). Rossy was erg actief in prodemocratische jongerenbewegingen. Ooggetuigen verklaarden dat hij geviseerd werd door de politie. Een vriend die bij Rossy was die dag getuigde dat hij gedood werd terwijl hij de aanwezige demonstraten naar de compound van de parochie probeerde te leiden: “Er waren acht politiemannen aanwezig. Zij kwamen op ons af met kwade bedoelingen. Toen ze naderden zei ik tegen mijn broer Rossy dat hij de compound van de parochie moest binnenlopen. Even later werd hij neergeschoten”.  

Hij werd in de kerk gedragen. Zijn vrienden en de priester van de parochie overwogen hoe ze hem het veiligst naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis konden brengen omdat gewapende politie de hoofduitgang van de compound nog steeds blokkeerde. Rossy’s vrienden besloten om via een achterweg te lopen en konden hun reis per auto verderzetten toen zij een bestuurder tegenkwamen die ermee instemde om hen naar het ziekenhuis te brengen.

De autoriteiten ontkenden eerst dat ze die dag iemand hadden gedood. Volgens de politie waren de kogels die op Rossy werden afgevuurd rubberen kogels. Deze versie van de gebeurtenissen werd tegengesproken door de dokter die Rossy’s lichaam onderzocht. De politie gaf vervolgens toe dat Rossy gedood werd evenals een andere demonstrant in Mbandaka, in de provincie Equateur, maar voegde eraan toe dat Rossy een gangster was en dat de politie hem doodde uit zelfverdediging. Later arresteerden de autoriteiten een politieagent, presenteerden hem als de dader en brachten hem voor een militaire rechtbank. Verschillende ooggetuigen betwistten dat deze politieagent verantwoordelijk zou zijn geweest voor de dood van Rossy.

Rossy’s dood heeft zijn familie tot op het bot geschokt. De 35-jarige bekroonde vechtsportbeoefenaar liet twee kinderen achter. Hij was ook universitair docent aan de National Pedagogical University. Zijn vader, Fernand Mukendi, stierf twee weken na de begrafenis van Rossy. Op de dag van zijn begrafenis op 18 mei 2018 stopten veiligheidstroepen de begrafenisstoet en namen zij urenlang zijn lijk in beslag. Arsene Tshimanga, Rossy’s broer, die bij Rossy was tijdens de gebeurtenissen die tot zijn dood leidden, dook maandenlang onder omdat hij bedreigd werd nadat hij zijn mening over de dubieuze aanhouding van een politieagent publiekelijk had gedeeld.

Het proces in de Rossy-zaak werd in oktober 2018 opgeschort op verzoek van de familie van Rossy nadat de militaire rechtbank die zijn zaak behandelde, weigerde om een onderzoek te voeren over een politieagent die volgens de familie van Rossy en de getuigen de echte dader was van de moord op Rossy. Op 21 september 2018 had de advocaat van de familie bij de auditeur-generaal van het Congolese leger een klacht ingediend tegen 10 mensen, waaronder politiecommissaris Sylvano Kasongo uit Kinshasa wegens moord op Rossy.

Een vriend die Rossy’s hand vasthield en stevig op zijn wonde drukte om de bloeding te stelpen vertelde dat Rossy op vijf meter van het St Joseph Hospitaal gestorven is.

Tot op heden is de klacht nog in behandeling bij de militaire rechtbank en is het proces niet hervat.

Thérèse Déchade Kapangala 

Thérèse Déchade Kapangala Mwanza was de oudste uit een gezin van zes. Ze werd op 21 januari 2018 voor de deur van de parochiekerk Saint Francois de Sales in Kinshasa doodgeschoten door de politie. Op die dag had de kerkgemeenschap Saint Francois de Sales een vreedzame demonstratie georganiseerd om op te roepen het akkoord van 31 december 2016 na te leven - een akkoord bedoeld om een vlotte organisatie van de presidentsverkiezingen in de DRC te ondersteunen nadat het land de grondwettelijke deadline van november 2016 had gemist.

Haar oom, pater Joseph Musubao, leidde die dag de mis. Aan het einde van de mis kondigde hij aan de kerkgangers aan dat degenen die zich bij andere katholieke parochies willen aansluiten in een vreedzame mars, moesten wachten op een debriefing met de vertegenwoordigers van de lekencoördinatiecommissie (CLC) voordat de mars kon beginnen. De nabespreking bevatte instructies om vreedzaam te blijven en niet met geweld tegen de politie te reageren. De mars begon met een paar altaarjongens aan het front, één droeg een kruis, gevolgd door de priester en zijn assistenten en de kerkleden vanachter hymnes aan het zingen en bidden. Thérèse marcheerde naast haar oom. Ongeveer 20 meter van de kerk werd de vreedzame demonstratie gestopt en met geweld verspreid door de politie. Ze probeerden het nog twee keer, elke keer kregen ze dezelfde behandeling van de politie. Pater Joseph vroeg aan de kerkleden om dekking te zoeken in de kerk en het parochieverblijf. De politie bleef traangas gooien naar de kerkleden in het parochieverblijf.

Thérèse stapte in om te helpen bij het wassen van het gezicht van een kind dat last had van traangas. Bij de gesloten poort van de parochie stond intussen een gepantserd politievoertuig opgesteld. Boven op het voertuig stond een officier met een capuchon over zijn hoofd en een machinegeweer. De poort had het zicht van de politie op het erf verduisterd. Ooggetuigen buiten het erf vertelden Amnesty dat de politie in het gepantserde voertuig de hoogte van de stoel had aangepast zodat de officier met het machinegeweer een beter zicht op het erf had. De officier vuurde kogels af in het parochieverblijf vol met kerkleden die aan het herstellen waren van het inademen van traangas.

Eén van de kogels ging vanaf de rechterkant door Thérèse romp en raakte haar linkerarm toen deze eruit kwam. Een arts die bij de mis en de demonstratie aanwezig was, probeerde tevergeefs haar te reanimeren.

Een dag na haar dood werd de familie verhinderd haar lichaam te balsemen. Het duurde twee weken voordat de opperste militaire aanklager toestemming gaf om haar lichaam aan de familie te geven. Een team van inspecteurs werd na 13 dagen naar de plaats delict gestuurd om onderzoek te doen. Tot op heden is er geen rapport over hun onderzoek ingediend.

Thérèse werd begraven op 9 februari 2018. Ze zou in juli van dat jaar als non toetreden tot de congregatie van Sainte Famille de Bergame. De familie heeft twee klachten ingediend in een poging gerechtigheid te zoeken, waaronder één tegen de politiecommissaris van Kinshasa, Sylvano Kasongo. De autoriteiten moeten deze klachten onderzoeken en de verantwoordelijke voor de moord op Thérèse vervolgen.

Getuigenissen en afbeeldingen die door Amnesty International werden gezien en geverifieerd, vertoonden scènes van paniek en wanhoop.
Haar familie is met de dood bedreigd omdat ze publiekelijk heeft opgeroepen tot verantwoording voor haar dood.

De vijf van de UDPS

In de nacht van 19 op 20 september 2016 werd het hoofdkwartier van de politieke partij UDPS in Kinshasa aangevallen. De UDPS - l'Union pour la démocratie et le progrès social ofte de Unie voor de Democratie - is op dat moment een oppositiepartij. Een groep gewapende mannen in uniform valt het gebouw in de wijk Limete binnen. Ze hakken Bouquin Bukasa, een 54 jarige bewaker, in stukken en vervolgens steken ze het gebouw in brand. Stéphane Mwabilayi, Bilomba Tshimungu, Pierre Kapena Wetu en John Mutamba Mbuyi, allen leden van de UDPS, sterven in de brand.

Ooggetuigen vertelden Amnesty International dat de aanvallers gewapend waren en uniformen droegen die normaal gedragen worden door de Republikeinse Garde. Dit is de presidentiële garde. Een bewakingsagent van een nabijgelegen gebouw vertelde aan Amnesty International dat hij 3 pick-ups van het Congolese leger zag halt houden aan de straat ‘Le Petit Boulevard’ rond 11 uur ‘s avonds.

“Ze bleven enkele minuten en maakten daarna rechtsomkeer en vertrokken. Een eerste keer, waren er mensen aanwezig rondom het partij-hoofdkwartier. Ik zag opnieuw drie wagens aankomen rond 3u ’s nachts. Dit waren, denk ik, dezelfde drie wagens. Ik werd gewekt door het geluid van hun motor. Op dat moment waren er geen mensen meer in de buurt, en de elektriciteit was net uitgevallen voor deze buurt. Vier of vijf mannen klommen over het hek van het UDPS-terrein, en later hoorde ik explosies en zag dat het huis in brand stond. De pick-ups, die nog aan het wachten waren in de straat reden weg met hoge snelheid. Ik was erg bang.”

Vele leden van de UDPS die Amnesty International kon spreken gaven aan dat ze geloven dat deze brutale aanval uitgevoerd was als vergelding voor aanvallen die betogers eerder die dag hadden uitgevoerd op verschillende kantoren van de meerderheidspartijen, waaronder de PPRD – de partij van toenmalig President Joseph Kabila. Leden van de toen heersende coalitie bevestigden in lokale media dat ze de aanval op hun kantoren zouden wreken.

De vijf UDPS-leden en een jongen gedood door een verdwaalde kogel in de nabijheid van het UDPS-hoofdkwartier werden naast elkaar begraven op 1 november 2016 op het kerkhof van Kinsuka. De UDPS partijleiders verklaarden de zes tot martelaren. Ze beloofde degelijke grafstenen te voorzien en gerechtigheid en verantwoording voor hun dood te verzekeren. Ze beloofde aan de families van de slachtoffers dat de partij klachten zou indienen, namens de families. Maar, hoewel de UDPS intussen zelf aan de macht is, moet die belofte nog worden ingelost.

Er is geen grafsteen geïnstalleerd op het kerkhof en er is geen onderzoek opgestart door de juridische autoriteiten. Er is geen herstelbetaling uitgekeerd aan de families.

Jeancy, de zoon van John Mutamaba bij het graf van zijn vader, die omkwam bij een brand die werd veroorzaakt door de veiligheidstroepen in Kinshasa.Copyright: Amnesty International

EIs gerechtigheid

hier niet op duwen