CAMPAGNE ‘NIET NORMAAL?! – STOP ETNISCH PROFILEREN’ REAGEERT OP AANBEVELINGEN VAN VN-ANTIRACISMECOMITE

CAMPAGNE ‘NIET NORMAAL?! – STOP ETNISCH PROFILEREN’ REAGEERT OP AANBEVELINGEN VAN VN-ANTIRACISMECOMITE

Persbericht

Het VN-Comité voor de uitbanning van raciale discriminatie (CERD) bevestigt dat België actie moet nemen om etnisch profileren bij de politie aan te pakken.

Vorige week publiceerde het CERD zijn conclusies over het Belgische antiracismebeleid. Daarbij hekelt het Comité onder andere het uitblijven van een expliciet wettelijk verbod op etnisch profileren. Bovendien vreest het CERD dat de interpretatie van "redelijke gronden" op straat tot misbruik kan leiden. “Redelijke gronden” is een sleutelbegrip uit de Wet op het politieambt met betrekking tot de bevoegdheid van politieambtenaren om een identiteitscontrole uit te voeren. De campagne ‘Niet Normaal?!’ is positief over de bevindingen van het CERD en dringt aan om de aanbevelingen toe te passen. 

Verder is het CERD bezorgd over het ontbreken van gegevens over controles en over de personen die het doelwit zijn van identiteitscontroles en slachtoffers van etnisch profileren. Eveline Vandevelde van de campagne ‘Niet Normaal?!’ beaamt dit: ‘Vandaag is er geen transparantie over politiecontroles op straat. Er zijn geen cijfers beschikbaar over hoeveel ID-controles er gebeuren, laat staan over etnisch profileren. Om echt te weten hoe vaak etnisch profileren voorkomt, is het nodig om identiteitscontroles te monitoren en te onderzoeken hoe de politie die uitvoert.’ 

Om onderzoek en controle mogelijk te maken dringt het CERD ook aan op het gebruik van zogenaamde stopformulieren. Daarin worden de redenen voor een controle of een andere politieactie vermeld waardoor de agent zijn of haar “redelijke gronden” moet uitleggen en waardoor gecontroleerde personen beschikken over rechtsmiddelen om eventueel klacht in te dienen. De campagne ‘Niet Normaal?!’ is hoopvol over deze aanbevelingen: ‘Een voordeel van systematische registratie is dat het behulpzaam kan zijn om discriminatoire praktijken te identificeren, en haar eigen praktijken zo nodig te onderzoeken en te herzien.’

Ook benadrukt het CERD de nood aan een onafhankelijk klachtenmechanisme voor slachtoffers van etnisch profileren: ‘Er zijn drempels om klacht neer te leggen en velen vrezen dat het indienen van een klacht nergens toe leidt. Een efficiënt, onafhankelijk klachtenmechanisme kan helpen om de omvang van het probleem in te schatten en ervoor te zorgen dat de nodige corrigerende maatregelen genomen worden.’
Tenslotte dringt het CERD aan op betere, uitgewerkte opleidingsprogramma’s voor politiefunctionarissen met aandacht voor etnisch profileren en de aanpak van structurele discriminatie. 

Achtergrond

CERD is het VN-expertencomité dat toeziet op de implementatie en interpretatie van het Internationaal Verdrag voor de uitbanning van rassendiscriminatie. Staten die partij zijn bij dat verdrag moeten periodiek verslag uitbrengen. De experten van het Comité praatten de afgelopen weken met vertegenwoordigers van de Belgische staat, met publieke instanties zoals UNIA en Myria en het middenveld. Vorige week vrijdag stelde het Comité zijn conclusies en aanbevelingen voor het Belgische beleid voor.