Bosnië, 20 jaar na de burgeroorlog: slachtoffers van seksueel geweld nog steeds weinig rechten

Bosnië, 20 jaar na de burgeroorlog: slachtoffers van seksueel geweld nog steeds weinig rechten

Uit de beweging
Auteur: 
Liesbeth Browaeys

We schrijven 2017, bijna twintig jaar na het officiële einde van de burgeroorlog in Joegoslavië. Dat een oorlog nog lang voelbaar is bij de bevolking, spreekt voor zich. Maar voor ongeveer 20.000 vrouwen in Bosnië-Herzegovina gaat het nog een stapje verder. Verschillende slachtoffers van seksueel geweld tijdens deze oorlog zijn vandaag de dag nog steeds werkloos, krijgen bitter weinig psychische of financiële steun van de regering en leven soms letterlijk naast hun aanranders. Amnesty International publiceerde daarom op 12 september het rapport “We need support, not pity”; last chance for justice for Bosnia’s wartime rape survivors.  

Meer dan 20.000 vrouwen en meisjes zijn tijdens de burgeroorlog het slachtoffer geworden van verkrachting en andere vormen van seksueel geweld. Sommigen kwamen zelfs in de beruchte ‘verkrachtingskampen’ terecht, terwijl anderen door paramilitairen verkracht werden tijdens aanvallen op burgers. Bijzonder veel vrouwen hebben dingen meegemaakt die strafbaar zijn volgens de internationale wetgeving. Maar er gebeurt zeer weinig. Sommige vrouwen schamen zich zo hard dat ze geen klacht durven indienen, anderen doen dit wel, maar stoten op de vele omwegen en achterpoortjes van justitie. Het wordt dringend tijd dat hier verandering in komt. Vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld kennen namelijk een hoge werkloosheidsgraad en leven vaak in armoede. Zij zijn de meest kwetsbare sociale groep in Bosnië-Herzegovina. Daarnaast leven ze vaak nog steeds samen met hun daders in dezelfde maatschappij. Elma uit Vlasenica getuigt: “Dit waren allemaal lokale mannen. Ik herkende hen en getuigde verschillende keren in de rechtbank. Sommigen werden vrijgesproken en anderen kregen verminderde straffen. Velen lopen vandaag vrij rond en sommigen werken als ambtenaren in de lokale gemeentebesturen. Ik kom hen nog vaak tegen. Het was niet gemakkelijk hier terug te keren na alles wat ik meegemaakt heb en mijn leven te moeten delen met de mensen die deze daden gepleegd hebben.”

Voor de slachtoffers van seksueel geweld tijdens de oorlog is het uiterst belangrijk om de officiële status van burgerslachtoffer te krijgen. Door deze status kunnen ze toegang krijgen tot een maandelijkse uitkering en heel wat sociale voordelen zoals medische, psychische en sociale zorg en rehabilitatie. Slachtoffers kunnen zich hiervoor kandidaat stellen, maar het is niet eenvoudig om deze status te verkrijgen. Elk district hanteert verschillende wetten. In het district Srpska bijvoorbeeld worden slachtoffers van seksueel geweld niet erkend als een aparte categorie, wat het samen met een uiterst strikte en complexe procedure, heel moeilijk maakt voor de vrouwen om zich kandidaat te stellen voor de status van burgerslachtoffer. Een noodgedwongen verhuis naar een ander district is dan vaak de enige oplossing en maakt dit systeem erg discriminerend.

Vervolgens hangt er nog steeds een groot sociaal stigma op vrouwen die slachtoffer werden van seksueel geweld tijdens de burgeroorlog, wat hen belet zich opnieuw in de maatschappij te kunnen integreren en rehabiliteren. Volgens een recente studie van het United Nations’ Population Fund is twee derde van deze slachtoffers vaak het onderwerp van veroordeling, vernedering en beledigingen door hun familie en hun sociale kring. Ze worden ervan beschuldigd zelf de verantwoordelijkheid voor het geweld te dragen en het geweld uitgelokt te hebben. Dit is voor de vrouwen vaak nog veel zwaarder om mee te leren leven dan de daad zelf. Vooral in de landelijke gebieden in Bosnië-Herzegovina wordt nauwelijks iets ondernomen om deze stempel weg te werken.

Concreet zijn er sinds de veroordelingen vanaf 2004 al 123 zaken over seksueel geweld tijdens de burgeroorlog behandeld in Bosnië-Herzegovina. Het zal echter nog meer dan een decennium duren alvorens de andere 200 zaken die nog op tafel liggen, behandeld zullen worden. En het spreekt voor zich dat dit maar een fractie van de misdaden inhoudt. We kunnen dus stellen dat heel wat daders er zonder straf vanaf komen. Anderen krijgen een straf waarbij men zich door boetes vrij kan kopen. Door deze problematiek verliest een groot deel van de Bosnische bevolking zijn geloof in justitie en vaak is de veroordeling van de dader absoluut niet in balans met zijn daden, wat voor een nieuw trauma voor de slachtoffers zorgt. Sanja uit Tuzla getuigt: “Ik vertrouw niemand meer en al zeker de staat niet. Ze hebben allemaal gefaald. Ik leef enkel nog voor mijn zoon, hij is mijn enige lichtpuntje. Wat mij betreft… Dit is geen leven meer. Het voelt eerder aan als aan een levensmachine liggen.”

Een positieve noot in dit verhaal is dat er meer en meer slachtoffers van seksueel geweld erkend worden door de rechtbanken en de daders effectief veroordeeld worden. Negatief is evenwel dat nog geen één op de vier straffen effectief uitgevoerd wordt. De grootste oorzaak hiervan is dat de daders niet over de financiële middelen beschikken om de slachtoffers te betalen en de regering niet over een fonds beschikt om dit te compenseren. Slachtoffers blijven dus met lege handen achter. Daarnaast kunnen de slachtoffers ook een proces tegen een bepaald district aangaan, maar daar blijven ze vaak achter met een nog groter trauma, hoge gerechtskosten en deurwaarders. De meeste slachtoffers van seksueel geweld tijdens de burgeroorlog verklaren dat adequate rehabilitatie, inclusief psychologische en sociale bijstand, noodzakelijk is voor hun herstel en re-integratie in de maatschappij. Hier slaagt de staat Bosnië-Herzegovina niet in.

Het weigeren van een volledige en effectieve schadevergoeding aan deze slachtoffers is een schending van de mensenrechten en riskeert de vredesonderhandelingen van de afgelopen twee decennia te ondermijnen.  Amnesty International roept de regering van Bosnië-Herzegovina op om de obstakels die vele slachtoffers verhinderen om toegang tot hun rechten te krijgen, te verwijderen en dringend concrete, tastbare maatregelen te treffen die hun levenskwaliteit verhogen. Gezien het feit dat vele slachtoffers ouder worden en velen misschien niet zo lang meer zullen leven, is dit een laatste oproep aan Bosnië-Herzegovina om het lijden van de slachtoffers te erkennen en hen gerechtigheid te geven.