België moet prioriteit maken van rechten terreurslachtoffers

België moet prioriteit maken van rechten terreurslachtoffers

Persbericht

Deze namiddag stelt de VN Speciale Rapporteur voor de bescherming van mensenrechten in de strijd tegen terrorisme, Fionnuala Ní Aoláin, een rapport over België voor aan de VN-mensenrechtenraad. Ze bezocht België van 24 tot en met 31 mei 2018.

Amnesty International onderschrijft de aanbevelingen van de Speciale Rapporteur en hoopt dat België deze kans aangrijpt om het antiterreurbeleid beter in lijn te brengen met de mensenrechten.

“Het rapport strookt grotendeels met onze bevindingen,” zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen. Zo toont de Speciale Rapporteur zich erg bezorgd over de situatie van slachtoffers van terrorisme, en beveelt ze aan om van de rechten van slachtoffers een absolute prioriteit te maken.

“Na de aanslagen van 22 maart werden slachtoffers geconfronteerd met talloze problemen. Velen voelden zich in de steek gelaten en verloren in het complexe vergoedingssysteem. Ondanks aanpassingen blijft het systeem onvolledig en veel te complex. Dit maakt het voor slachtoffers erg moeilijk om toegang te krijgen tot de hulp, het herstel en de schadevergoedingen waar ze recht op hebben.”

Om hieraan te verhelpen beveelt de Speciale Rapporteur onder meer aan een nationaal garantiefonds op te richten, beheerd door de overheid. Zo’n fonds zou de slachtoffers snel vergoeden op basis van een eenvoudige en gemakkelijk toegankelijke procedure.

“De slachtofferverenigingen dringen daar al lang op aan, en ook de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen heeft een kleine twee jaar geleden aanbevolen zo’n fonds op te richten.” zegt Wies De Graeve, “We hopen dat België snel werk maakt van deze aanbevelingen, zodat we kunnen beschikken over een systeem dat een prioriteit maakt van de rechten van slachtoffers.”

Ook drukt de Speciale Rapporteur haar bezorgdheid uit over de behandeling van gedetineerden die als geradicaliseerd beschouwd worden. Ze maakt zich zorgen over de wijze waarop beslist wordt wie een veiligheidsrisico vormt en in bijzondere, strenge regimes wordt geplaatst. Ook het ontbreken van structurele programma’s gericht op disengagement en re-integratie in gevangenissen is een probleem.

De Speciale Rapporteur stipt ook verschillende problemen aan over de verzameling, verwerking en het delen van persoonlijke gegevens in het kader van de strijd tegen terreur en de preventie van radicalisering, onder meer in de ‘dynamische databank’, en over de uitwisseling van gegevens met andere landen.

Belgische foreign fighters en hun families moeten volgens de Rapporteur consulaire bijstand krijgen wanneer hun mensenrechten ernstig dreigen geschonden te worden. Ze beveelt ook aan om de nodige stappen te ondernemen om kinderen te repatriëren.

En net als Amnesty International vindt de Speciale Rapporteur dat er nood is aan beter toezicht op hoe de vele antiterreurmaatregelen worden uitgevoerd. Ze roept onder meer op om een Nationaal Mensenrechteninstituut op te richten. “Over zo’n Instituut heeft de ontslagnemende regering een voorstel klaar. Hopelijk kan dat snel worden behandeld in het Parlement,” besluit De Graeve.
 

hier niet op duwen