Arbeiders WK Qatar werkten maanden zonder loon

Arbeiders WK Qatar werkten maanden zonder loon

Persbericht
Auteur: 

Uit nieuw onderzoek uitgevoerd door Amnesty International blijkt dat een bouwonderneming die betrokken is bij de infrastructuurwerken voor het WK voetbal 2022 in Qatar het beruchte Qatarese sponsorsysteem heeft misbruikt om tientallen arbeidsmigranten uit te buiten.

Het bedrijf, Mercury MENA, heeft nagelaten duizenden dollars aan lonen en uitkeringen te betalen aan zijn werknemers, die daardoor berooid achterbleven in het land.

Amnesty International roept de regering van Qatar op om erop toe te zien dat de ex-werknemers van Mercury MENA het geld ontvangen dat ze hebben verdiend. Bovendien vraagt de mensenrechtenorganisatie de regering het systeem van sponsoring – “kafala” – te hervormen, dat talloze bedrijven in staat stelde om arbeidsmigranten uit te buiten, zoals gedocumenteerd door Amnesty International en andere instanties sinds 2013.

“In 2017 kreeg de Qatarese regering applaus na de aankondiging van een pakket arbeidshervormingen. Maar op het moment dat de overeenkomst over deze hervormingen werd ondertekend, zaten tientallen werknemers van Mercury MENA zonder loon in smerige onderkomens, zich afvragend waar ze hun volgende maaltijd vandaan zouden halen en of ze ooit nog naar huis zouden kunnen terugkeren, bij hun familie”, zegt Steve Cockburn, directeur Global Issues van Amnesty International.

“Heel wat werknemers van Mercury MENA hadden zware offers gebracht en enorme bedragen geleend om in Qatar te kunnen werken. Maar ze werkten er maanden aan een stuk zonder loon, en werden aan hun lot overgelaten door een systeem dat geen enkele bescherming bood. Door er nu voor te zorgen dat ze de lonen krijgen waar ze recht op hebben, kan Qatar deze arbeiders helpen hun leven herop te bouwen en tonen dat het werkelijk de rechten van arbeiders wil verbeteren.”

Tussen oktober 2017 en april 2018 interviewde Amnesty International 78 voormalige werknemers van Mercury MENA, afkomstig uit India, Nepal en de Filipijnen, die nog enorme geldsommen tegoed hebben van het bedrijf. In Nepal, waar meer dan één derde van de bevolking moet rondkomen met minder dan 2 Amerikaanse dollar per dag, ondervroeg Amnesty International 34 mensen die elk gemiddeld 2.035 Amerikaanse dollar tegoed hebben.

Mercury MENA stond vroeger bekend als Mercury Middle East en speelde een belangrijke rol bij de bouw van een modelstadion dat centraal stond bij de winnende kandidatuur van Qatar voor het WK voetbal. Sindsdien werkten arbeidsmigranten, in dienst van het bedrijf, aan enkele van de meest prestigieuze projecten in Qatar, waaronder ‘Future City’ Lusail, waar de openingswedstrijd en de finale van het WK zullen worden gespeeld. Anderen werkten aan het Barwa al Baraha-huisvestingscomplex voor arbeiders. Ironisch genoeg promootte Qatar dit complex als een teken van de verbeterende omstandigheden voor arbeidsmigranten.

Hardnekkige nalatigheid bij uitbetaling van lonen

De meeste van de door Amnesty International geïnterviewde ex-werknemers van Mercury MENA hadden tussen de 1.370 en 2.470 Amerikaanse dollar (QAR 5,000 en 9,000) tegoed aan lonen en uitkeringen.
Research bracht aan het licht dat ongeveer vanaf februari 2016 de uitbetaling van salarissen vertragingen opliep. De vertragingen werden hardnekkiger en hielden aan in 2017. Het bedrijf gaf zijn arbeiders ook geen wettelijk vereiste verblijfsvergunningen, wat resulteerde in boetes die een bijkomende rem plaatsten op hun mogelijkheid om van job te veranderen of het land te verlaten. In minstens een geval weigerde het bedrijf het verzoek van een werknemer om naar huis terug te keren door hem geen uitreisvergunning toe te kennen.

In het Qatarese sponsorsysteem hadden bedrijven tot voor kort de macht om werknemers te beletten het land te verlaten. De verplichte uitreisvergunning werd in september 2018 voor de meeste werknemers afgeschaft, maar is nog steeds van toepassing op sommige categorieën zoals huispersoneel. Bovendien mogen bedrijven ook nog altijd beslissen of hun werknemers van werkgever mogen veranderen. Dit beperkt de mogelijkheden van werknemers om misbruik te ontlopen.

Ernesto, uit de Filipijnen, werkte als ploegbaas bij het leggen van leidingen voor Mercury MENA in Lusail City, een project van 45 miljard dollar. Toen hij na twee jaar Qatar verliet, had hij nog vier maanden loon tegoed en had hij meer schulden dan toen hij in het land aankwam. Ernesto is zich heel erg bewust van het contrast tussen de uitbuiting waar hij het slachtoffer van was en de lucratieve projecten waar hij voor werkte. Hij vertelde Amnesty International: “Ik beeld me dingen in die tijdens het WK zullen gebeuren… Mensen uit de hele wereld die joelend, lachend, van het ene prachtstadion naar het andere trekken, van het ene recreatiedomein naar het andere, van hotel naar hotel… Zullen zij ooit denken: ‘wat zijn de verhalen achter deze bouwwerken?’”

Nepalese arbeiders in schuldenval

Amnesty International heeft ook specifiek onderzoek gedaan naar de Nepalese werknemers van Mercury MENA en interviewde 34 van hen nadat ze naar huis waren teruggekeerd. Het werd daarbij duidelijk dat de lakse regels van de Nepalese regering bijdroegen tot hun uitbuiting. Rekruteringsbureaus die werden ingehuurd door Mercury MENA rekenden arbeiders hoge kosten aan om hen een job in Qatar te bezorgen en dwongen hen zo dure leningen aan te gaan. Daardoor belandden de arbeiders diep in de schulden, wat het hen moeilijk maakte om aan de uitbuiting te ontsnappen of ertegen te vechten.

Sommigen van de door Amnesty International geïnterviewde Nepalese arbeiders moesten land verkopen of hun kinderen van school halen, om de schulden te kunnen betalen die ze hadden gemaakt voor de betaling van hun migratie naar Qatar.

Een kantoor gaf tegenover Amnesty International toe dat het weet had van misbruiken bij Mercury MENA, nadat het arbeiders had gerekruteerd voor het bedrijf. Alhoewel het kantoor daarna werd gecontacteerd om hulp te bieden en erop toe te zien dat de arbeidsrechten van de arbeiders werden gerespecteerd, heeft het de zaken toch niet opgevolgd. De Nepalese regering heeft geen maatregelen genomen tegen dit kantoor.

Het voortdurende falen van de Nepalese autoriteiten om komaf te maken met het illegale gedrag van rekruteringskantoren heeft het misbruik van Nepalese arbeidsmigranten in het buitenland mogelijk gemaakt. Dit heeft Amnesty International eerder al gedocumenteerd.

De Nepalese autoriteiten hebben ook nagelaten steun te verlenen aan hun onderdanen in Qatar, bijvoorbeeld in 2017, toen Nepalese werknemers van Mercury MENA in een arbeiderskamp waren gestrand en er kampten met een gebrek aan voedsel en geld, nadat ze maanden niet waren betaald. De Nepalese autoriteiten werden minstens vier keer van deze situatie op de hoogte gebracht – tweemaal door arbeiders zelf en tweemaal door Amnesty International. Nepal negeerde deze vragen om hulp bij het recupereren van de achterstallige lonen of de terugkeer naar huis, ondanks het bestaan van een welzijnsfonds voor de arbeidsmigranten met 38 miljoen Amerikaanse dollar. Zelfs tot vandaag heeft de Nepalese regering Mercury MENA nog altijd niet op de zwarte lijst geplaatst, wat betekent dat niets deze onderneming ervan weerhoudt om in de toekomst nog Nepalese migranten te rekruteren.

Compensatie

Ondanks de belofte van Qatar in 2017 dat er grondige hervormingen zouden komen en de afschaffing van de uireisvergunning voor de meeste arbeidsmigranten begin deze maand, zijn de arbeidswetten in Qatar nog altijd niet in overeenstemming met de internationale normen. Werkgevers kunnen nog altijd arbeiders verhinderen van werk te veranderen in Qatar, voor een periode die soms kan oplopen tot vijf jaar. Werknemers die van job veranderen zonder toestemming van hun werkgevers worden beschuldigd van “voortvluchtigheid”, wat kan leiden tot opsluiting en deportatie. De creatie van een fonds voor arbeiders in moeilijkheden en het vastleggen van een nieuw minimumloon zijn beloften die in het vooruitzicht worden gesteld.

Zowel Nepal als Qatar moeten meewerken aan het herstellen van de schade die ex-werknemers van Mercury MENA is berokkend. Ze moeten er ook voor zorgen dat dit soort uitbuiting niet meer gebeurt. Nepal en Qatar zijn verplicht arbeidsmigranten te beschermen tegen misbruiken, op grond van een aantal internationale verdragen die ze hebben geratificeerd, waaronder de Conventie over Dwangarbeid van de Internationale Arbeidsorganisatie, en moeten oplossingen vinden voor misbruiken, zoals het niet uitbetalen van lonen.

Amnesty International roept de regeringen van Nepal en Qatar op de ex-werknemers van Mercury MENA te steunen in hun strijd voor gerechtigheid en compensatie, en ook maatregelen te treffen om dergelijke paktijken in de toekomst te vermijden.

“Qatar krijgt nu een grote kans om voor het WK voetbal van 2022 zijn reputatie inzake de rechten van arbeiders te verbeteren. Een volledige compensatie voor de Mercury MENA-werknemers zou een belangrijk teken zijn dat de autoriteiten deze kans willen grijpen. Nu heel wat ex-werknemers al overwegen om opnieuw te migreren om hun schulden af te betalen, is er geen tijd te verliezen”, zegt Steve Cockburn.

“Jammer genoeg is de uitbuiting van migrantenarbeiders door Merccury MENA geen alleenstaand geval. We zullen druk blijven uitoefenen op de Qatarese autoriteiten tot ze hun beloften waarmaken om het sponsorsysteem te herzien, en tot de rechten van werknemers volledig worden beschermd, zowel in de wetgeving als in de praktijk.”

Repliek van Mercury MENA

In november 2017 sprak Amnesty International met de ceo van Mercury MENA. Hij erkende dat er ernstige vertragingen waren bij het uitbetalen van lonen maar ontkende dat arbeiders uitgebuit werden. Volgens hem was Mercury MENA het slachtoffer van gewetenloze zakenpartners, wat leidde tot cashflow-problemen en een aantal betwistingen over betalingen met aannemers en klanten.

Uit geregistreerde contacten tussen Mercury MENA en zijn werknemers blijkt dat het management van de onderneming zich volledig bewust was van de problemen met de uitbetaling van lonen en maar bleef beloven dat de lonen zouden worden betaald; beloften die niet werden nagekomen.

Amnesty stuurde in december 2017 en januari 2018 e-mails naar de ceo van Mercury MENA, met de vraag om informatie over de situatie van de onderneming en over de maatregelen die werden genomen. In juli 2018 stuurde Amnesty een brief naar de onderneming waarin de hoofdpunten van ons onderzoek werden samengevat. Deze brief noch de e-mails werden beantwoord.
 

hier niet op duwen