2019 ‘jaar van verzet’ in Midden-Oosten en Noord-Afrika Nieuwe golf van massale opstanden stuit op brutale repressie

2019 ‘jaar van verzet’ in Midden-Oosten en Noord-Afrika Nieuwe golf van massale opstanden stuit op brutale repressie

Rapport
  • Rapport licht mensenrechtensituatie toe in 19 landen in Midden-Oosten en Noord-Afrika

  • Golf van protesten in Algerije, Irak, Iran en Libanon toont hernieuwd vertrouwen in macht van het volk

  • Brutale onderdrukking van protesten eiste meer dan 500 doden in Irak en meer dan 300 in Iran.

  • Meedogenloze vervolging van vreedzame critici en mensenrechtenverdedigers

  • Zeker 136 gewetensgevangenen opgesloten in 12 landen wegens meningsuiting online

Een Iraakse demonstrant gebaart het V-teken tijdens een demonstratie tegen corruptie door de staat, falende openbare diensten en werkloosheid op het Tayaran-plein in de Iraakse hoofdstad Bagdad op 2 oktober 2019. © Ahmad Al-Rubaye / AFP via Getty Images

Regeringen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) waren in 2019 ijzingwekkend vastberaden om protesten gewelddadig neer te slaan. De rechten van honderdduizenden demonstranten die schreeuwden om sociale gerechtigheid en politieke hervormingen werden zwaar met voeten getreden. Dit zegt Amnesty International bij de publicatie van zijn jaarlijkse rapport over de situatie van de mensenrechten in de MENA-regio.

Het rapport ‘Human rights in the Middle East and North Africa: Review of 2019’ beschrijft hoe regeringen in het afgelopen jaar eens te meer hun toevlucht namen tot meedogenloze repressie om vreedzame protesten op straat en online aan banden te leggen. In Irak en Iran alleen al resulteerde het gebruik van dodelijk geweld door de autoriteiten tijdens protestacties in honderden doden; in Libanon gebruikte de politie onwettig en buitensporig geweld om protesten uiteen te drijven; en in Algerije ging de overheid met massale arrestaties en vervolgingen de protesten te lijf. Regeringen in de hele regio arresteerden en vervolgden activisten voor het online plaatsen van commentaren. Die activisten zagen in de sociale media een uitlaatklep om hun kritische stem te laten horen.

“Met inspirerende vastberadenheid vulden massa’s mensen de straten - dikwijls op gevaar van hun leven - van Algerije tot Iran, Irak en Libanon. Ze eisten respect voor hun mensenrechten, waardigheid en sociale gerechtigheid, en een einde aan de corruptie. Deze betogers hebben bewezen dat zij zich niet het zwijgen laten opleggen door de intimidaties van hun regeringen”, zegt Heba Morayef, Amnesty’s directeur voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

“2019 was in het Midden-Oosten en Noord-Afrika een jaar van verzet. De hoop is nog springlevend en het vertrouwen van de mensen in de collectieve kracht van mobilisatie voor verandering is hersteld. Ondanks de bloedige nasleep van de opstanden van 2011 in Syrië, Jemen en Libië en de catastrofale achteruitgang van de mensenrechten in Egypte.”

De protesten in de MENA-regio weerspiegelden de betogingen van mensen die hun rechten opeisten in de straten van Hongkong tot Chili. In Soedan werden massale protesten brutaal neergeslagen door de veiligheidsdiensten, maar resulteerden uiteindelijk in een politiek akkoord met organisaties die de protesten hadden geleid.

Een man houdt een smartphone vast, verbonden aan een wifi netwerk zonder internettoegang in een kantoor in de Iraanse hoofdstad Teheran, op 17 November 2019. De autoriteiten implementeerden een bijna volledige shutdown van het internet sinds de massademonstraties die twee dagen eerder uitbraken. © Atta Kenare/AFP via Getty Images

Straatprotesten onderdrukt

In de hele MENA-regio hanteerden de autoriteiten een rist tactieken om de golf van protesten tegen te gaan: overal in de regio gingen ze over tot willekeurige arrestaties van duizenden demonstranten en in sommige gevallen grepen ze naar buitensporig of zelfs dodelijk geweld.

In Irak, waar in 2019 minstens 500 mensen omkwamen tijdens demonstraties, toonden betogers een enorme veerkracht. Ze trotseerden scherpe munitie, dodelijke aanvallen van sluipschutters en militaire traangasgranaten die van dichtbij werden afgevuurd en gruwelijke verwondingen veroorzaakten.

In Iran maakten geloofwaardige bronnen melding van meer dan 300 mensen die gedood werden door de veiligheidstroepen, in amper vier dagen, tussen 15 en 18 november, om een einde te maken aan de protesten die waren uitgebroken na een verhoging van de brandstofprijzen. Daarnaast werden duizenden gearresteerd en werden velen het slachtoffer van gedwongen verdwijning en foltering.

In september trokken duizenden Palestijnse vrouwen in Israël en de Bezette Palestijnse Gebieden de straat op om te protesteren tegen gender gerelateerd geweld en tegen de Israëlische militaire bezetting. Israëlische troepen doodden ook tientallen Palestijnen tijdens betogingen in Gaza en op de Westoever.

In Algerije leidden massale protesten tot de val van president Abdelaziz Bouteflika, die twintig jaar aan de macht was geweest. De autoriteiten probeerden de protesten te onderdrukken door massale arbitraire arrestaties en vervolgingen van vreedzame demonstranten.

In Libanon vinden sinds oktober massale protestacties plaats, die leidden tot het ontslag van de regering. In het begin verliepen de betogingen grotendeels vreedzaam, maar nu en dan kregen de betogers af te rekenen met onwettig en buitensporig geweld en slaagden de veiligheidstroepen er niet in vreedzame demonstranten effectief te beschermen tegen aanvallen van aanhangers van rivaliserende politieke groepen.

In Egypte verraste een zeldzame uitbraak van protesten in september de autoriteiten, die terugsloegen met massale, willekeurige arrestaties, waarbij meer dan 4.000 mensen in de cel belandden.

“Regeringen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika hebben getoond dat ze helemaal geen aandacht hebben voor de rechten van mensen die protesteren en op vreedzame manier hun mening uiten”, zegt Heba Morayef.

“In plaats van dodelijke repressie uit te oefenen en te grijpen naar buitensporig gebruik van geweld, foltering of willekeurige massale arrestaties en vervolgingen, zouden autoriteiten beter luisteren naar de demonstranten en ingaan op de eisen tot sociale en economische gerechtigheid en politieke rechten.”

Repressie van online kritiek

Niet alleen de vreedzame betogers in de straten werden in 2019 hard aangepakt door de regeringen in de MENA-regio, ook mensen die online hun recht op vrije meningsuiting uitoefenden, kregen het hard te verduren. Journalisten, bloggers en activisten die op sociale media berichten of video’s postten die als kritisch voor de autoriteiten werden beschouwd, riskeerden arrestatie, verhoor en vervolging.

Volgens cijfers van Amnesty International werden in 12 landen in de regio personen opgesloten als gewetensgevangenen en werden 136 mensen gearresteerd alleen maar voor het vreedzaam uiten van hun mening online.

Overheden misbruikten ook hun macht om mensen de toegang tot of het delen van informatie online te ontzeggen. Tijdens de protesten in Iran legden de autoriteiten een bijna totale blokkade van het internet op, om te verhinderen dat mensen nog video’s en foto’s zouden delen van veiligheidstroepen die onwettig betogers doodden of verwondden. In Egypte ontregelden de autoriteiten berichtenapplicaties in een poging nog meer protesten te vermijden. Egyptische en Palestijnse autoriteiten censureerden ook websites, waaronder nieuwssites. In Iran bleven sociale media-apps, waaronder Facebook, Telegram, Twitter en YouTube, geblokkeerd.

Sommige regeringen gebruikten ook meer gesofistikeerde technieken van online surveillance om mensenrechtenverdedigers te treffen. Uit research van Amnesty blijkt dat twee Marokkaanse mensenrechtenverdedigers in het vizier werden genomen met spyware ontwikkeld door het Israëlische bedrijf NSO Group. Spyware van datzelfde bedrijf was voordien al gebruikt om activisten in Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten en een internationaal staflid van Amnesty International te treffen.

In bredere zin registreerde Amnesty International 367 mensenrechtenverdedigers die opgesloten zaten (240 willekeurig gedetineerd in Iran alleen al) en 118 die vervolgd werden in 2019. De echte aantallen liggen waarschijnlijk hoger.

“Het feit dat regeringen in de hele MENA-regio een houding van nultolerantie aannemen tegenover vreedzame online expressie toont hoe bang zij zijn voor de kracht van ideeën die niet stroken met de officiële standpunten. Autoriteiten moeten onmiddellijk en onvoorwaardelijk alle gewetensgevangenen vrijlaten en ophouden met het lastigvallen van vreedzame critici en mensenrechtenverdedigers”, zegt Philip Luther.

Palestijnse journalisten tonen borden die de vrijheid van meningsuiting ondersteunen tijdens een bijeenkomst in de stad Ramallah op de Westelijke Jordaanoever, op 23 oktober 2019, om te protesteren tegen een uitspraak van de rechtbank om de toegang tot tientallen websites te blokkeren. © Ahmad Gharabli / AFP via Getty Images

Tekenen van hoop

Ondanks grootschalige straffeloosheid in de hele MENA-regio, werden toch enkele kleine maar historische stappen gezet in de richting van aansprakelijkheid voor langdurige mensenrechtenschendingen. De aankondiging van het Internationaal Strafhof (ICC) dat oorlogsmisdaden werden begaan in de bezette Palestijnse gebieden en dat een onderzoek moet worden gestart zodra de territoriale jurisdictie van het ICC bevestigd is, biedt een cruciale kans om een einde te maken aan tientallen jaren van straffeloosheid. Volgens het ICC kan ook het doden door Israël van betogers in Gaza in het onderzoek worden betrokken.

In Tunesië publiceerde de Commissie voor Waarheid en Waardigheid zijn eindrapport. De 78 processen die voor strafrechtbanken van start gingen, bieden een zeldzame kans om veiligheidstroepen aansprakelijk te stellen voor misbruiken uit het verleden.

De beperkte vooruitgang op het vlak van vrouwenrechten, verworven na jarenlange campagnes van lokale bewegingen voor vrouwenrechten, woog niet op tegen de verdere repressie van vrouwenrechtenverdedigers, vooral in Iran en Saudi-Arabië, en een breder falen bij het elimineren van grootschalige discriminatie van vrouwen. Saudi-Arabië voerde langverwachte hervormingen in van het mannelijke voogdijsysteem, maar die werden overschaduwd door het feit dat vijf mensenrechtenverdedigsters onterecht opgesloten bleven voor hun activisme in 2019.

Een aantal Golfstaten kondigde ook hervormingen aan om arbeidsmigranten beter te beschermen. Zo beloofde Qatar zijn kafala-systeem (systeem van sponsoring) af te schaffen en zijn justitie toegankelijker te maken voor migranten. Ook Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten gaven aan dat ze plannen hebben om het kafala-systeem te hervormen. Toch blijven grootschalige uitbuiting en misbruik arbeidsmigranten de hele regio parten spelen.

“Regeringen in de regio moeten leren aanvaarden dat repressie van protesten en de opsluiting van vreedzame critici en mensenrechtenverdedigers de mensen niet zal beletten fundamentele economische, sociale en politieke rechten te eisen. In plaats van opdracht te geven tot ernstige schendingen en misdaden om aan de macht te blijven, moeten regeringen de politieke rechten garanderen die mensen nodig hebben om hun socio-economische eisen te uiten en hun regeringen ter verantwoording te roepen”, besluit Heba Morayef.

Een oudere Algerijnse vrouw praat met een lid van de veiligheidstroepen die een protestgebied afzetten tijdens een anti-establishment demonstratie in de hoofdstad Algiers, op 10 april 2019. © Ryad Kramdi / AFP via Getty Images