Doodstraf

Doodstraf

Ophanging, vuurpeloton, onthoofding en dodelijke injectie. Het zijn vier officiële manieren waarop vandaag de dag mensen worden gedood, met goedkeuring van de regering. Regeringen die de doodstraf toepassen, stellen dat zij op deze manier ernstige misdrijven voorkomen en het recht kunnen herstellen. Zij geloven dat de staat het recht heeft burgers te doden. Amnesty International is het daar niet mee eens.

Amnesty International zegt 'nee' tegen de doodstraf. Altijd. Overal.

Amnesty International is niet tegen zware straffen voor mensen die een ernstig misdrijf hebben begaan. Dat geldt voor een dronken automobilist die een kind heeft doodgereden. Dat geldt voor een verkrachter. Dat geldt voor een politieman die een verdachte heeft doodgemarteld. Maar de doodstraf is een stap te ver.
De doodstraf is geen aanvaardbare straf.
De doodstraf is een mensenrechtenschending.

Mensenrechten zijn er voor iedereen, voor de besten en de slechtsten onder ons. De doodstraf is een schending van het recht op leven, een recht dat is vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De doodstraf is bovendien een wrede en onmenselijke bestraffing, en ook om die reden in strijd met de Universele Verklaring. Elk mensenleven is kostbaar. Daarom is Amnesty tegen de doodstraf. Altijd en overal.

De doodstraf is bovendien geen doeltreffend middel tegen criminaliteit en het risico dat onschuldige mensen om het leven gebracht worden, is niet onbestaande. Geen enkel rechtssysteem is onfeilbaar. Sinds de VS de doodstraf in 1973 opnieuw invoerde, werden al meer dan 150 mensen uit de dodencel vrijgelaten omdat ze toch onschuldig bleken.

Voors en tegens

In discussies over de doodstraf worden verschillende argumenten naar voren gebracht die pleiten voor de doodstraf.

  • De doodstraf zou criminelen meer afschrikken dan een andere straf. Hiervoor bestaat echter geen wetenschappelijk bewijs. Er is geen aantoonbaar causaal verband tussen de doodstraf en criminaliteit. De doodstraf is een heel simplistisch antwoord op een complex maatschappelijk probleem dat criminaliteit is. De enige manier om misdaad te bestrijden is een goed functionerend politieapparaat en rechtssysteem. Verder moet de overheid werk maken van preventie en vermijden dat mensen in de criminaliteit belanden door te investeren in degelijk onderwijs, werkgelegenheid en armoedebestrijding.
  • De doodstraf zou de enige manier zijn om moordenaars en verkrachters definitief onschadelijk te maken. Feit is dat wie dood is geen misdrijven meer kan plegen. Dit argument is echter in strijd met een belangrijk rechtsbeginsel: een straf kan alleen betrekking hebben op een misdrijf dat is gepleegd, niet op een misdrijf dat nog gepleegd zou kunnen worden.
  • De doodstraf zou de enige juiste straf zijn voor ernstige misdrijven: oog om oog, tand om tand. De doodstraf dient dan maar één doel: wraak. Maar straffen dienen niet uit wraak te worden opgelegd. Een straf dient om de schuldige met harde hand te dwingen tot een verbetering van zijn gedrag, en om de samenleving te laten zien dat deze misdrijven niet worden getolereerd. Het is heel begrijpelijk dat slachtoffers of familieleden vragen om zware straffen. Voor de staat ligt dat anders. De rechter moet een juiste straf bepalen, ook al beseft hij dat het voor de slachtoffers soms niet als een genoegdoening voelt.

De angst en onrust die ernstige misdrijven met zich meebrengen mogen niet worden ontkend. Maar angst is een slechte raadgever. De doodstraf is het slechtst denkbare antwoord op die angst. De doodstraf is wreed, zonder nut en onomkeerbaar. De doodstraf geeft precies het verkeerde signaal: mensen doden omdat ze gedood hebben. Angst is moeilijk uit te bannen. Maar dat is ook precies de reden waarom het recht nodig is. Een rechtsstaat straft, maar neemt nooit wraak.