Over Mensenrechten

Over Mensenrechten

Wat zijn mensenrechten?

Mensenrechten zijn fundamentele rechten en vrijheden voor alle mensen, ongeacht hun nationaliteit, geslacht, nationale of etnische afkomst, ras, religie, taal of andere status.

Mensenrechten omvatten burgerlijke en politieke rechten, zoals het recht op leven, vrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Daarnaast zijn er ook de sociale, culturele en economische rechten, waaronder het recht op deelname in de cultuur, het recht op voedsel, het recht op werken en op onderwijs.

Mensenrechten worden beschermd en ondersteund door internationale en nationale wetten en verdragen.

De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (UVRM) is de basis van het internationale systeem voor de bescherming van mensenrechten. De verklaring werd door de Algemene Vergadering van de VN op 10 december 1948 aangenomen, om de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog in de toekomst te bannen. De 30 artikelen van de UVRM leggen de burgerlijke, politieke, sociale, economische en culturele rechten van alle mensen vast. Het is een visie op menselijke waardigheid die politieke grenzen en gezag overstijgt en regeringen ertoe verplicht om de fundamentele rechten van elke persoon te respecteren. De UVRM is een leidraad doorheen het werk van Amnesty International.

De betekenis van mensenrechten

Twee sleutelwaarden liggen aan de basis van het begrip mensenrechten. De eerste is “menselijke waardigheid” en de tweede is “gelijkheid”. Mensenrechten zijn eigenlijk een (poging tot) definitie van die basisstandaarden die nodig zijn voor een leven in waardigheid. Hun universaliteit is afgeleid uit de gedachte dat mensen op een gelijke manier behandeld moeten worden. Deze twee sleutelwaarden zijn nauwelijks controversieel. Daarom krijgen mensenrechten steun van vrijwel elke cultuur en religie in de wereld. Mensen zijn het er doorgaans mee eens dat de macht van de staat of een bepaalde groep individuen niet onbeperkt of willekeurig mag zijn. Er moet gestreefd worden naar een jurisdictie die de menselijke waardigheid van alle individuen binnen een staat nastreeft.

Mensenrechten hebben enkele specifieke eigenschappen:

  • Mensenrechten gelden in gelijke mate voor alle mensen.
  • Mensenrechten zijn universeel: ze zijn altijd hetzelfde voor alle mensen waar ook op de wereld. Je hebt geen mensenrechten omdat je burger van een bepaald land bent, maar omdat je een lid bent van de menselijke familie. Dit betekent ook dat zowel kinderen als volwassenen mensenrechten hebben.
  • Mensenrechten zijn onvervreemdbaar: je kunt deze rechten niet verliezen, net zo min als je kan ophouden een mens te zijn.
  • Mensenrechten zijn ondeelbaar: niemand kan een recht afnemen omdat het ‘minder belangrijk’ of ‘niet essentieel’ is.
  • Mensenrechten zijn onderling afhankelijk: samen vormen mensenrechten een complementaire structuur. Je kans om te participeren in lokale besluitvorming is bijvoorbeeld direct afhankelijk van je recht op vrije meningsuiting, op vereniging, op  onderwijs en zelfs op het verkrijgen van de levensbehoeften.
  • Mensenrechten zijn een weerspiegeling van de fundamentele levensbehoeften. Zonder mensenrechten kan een mens geen waardig leven leiden. Inbreuk doen op iemands mensenrechten betekent dat je die persoon behandelt alsof hij of zij niet menselijk is. Mensenrechten bevorderen betekent dat je eist dat de menselijke waardigheid van alle mensen wordt gerespecteerd.
  • Bij het opeisen van deze rechten neemt iedereen ook verantwoordelijkheden op zich: om de rechten van anderen te respecteren en om mensen van wie de rechten worden misbruikt of ontzegd te steunen en te beschermen. Met het opnemen van deze verantwoordelijkheid ben je solidair met alle andere mensen.[1]

Het mensenrechtenkader

Door de geschiedenis heen hebben maatschappijen systemen voor gerechtigheid ontwikkeld, zoals de Magna Charta (1215) of de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens. Toch weerspiegelt geen enkele van deze voorlopers van mensenrechteninstrumenten het fundamentele concept dat iedereen recht heeft op bepaalde rechten, simpelweg omwille van hun menszijn. In de negentiende eeuw leggen de Conventies van Genève de basis voor het internationaal humanitair recht en maakt de Internationale Arbeidsorganisatie conventies om werknemers te beschermen.

Na de periode van kolonisatie en de Tweede Wereldoorlog, kwamen er van over de hele wereld stemmen op voor een standaard van mensenrechten om de internationale vrede te versterken en burgers te beschermen tegen misbruiken door regeringen. Deze stemmen speelden een cruciale rol in het oprichten van de Verenigde Naties in 1945.

Rechten voor alle leden van de menselijke familie werden voor het eerst vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), één van de eerste initiatieven van de net opgerichte Verenigde Naties. Deze dertig artikelen vormen samen een allesomvattende verklaring, met economische, sociale, culture, politieke en burgerlijke rechten. De Verklaring is zowel universeel (ze is van toepassing op mensen over de hele wereld) als ondeelbaar (alle rechten zijn even belangrijk voor de volledige realisatie van iemands menselijkheid).

De UVRM is een verklaring. Ze heeft weliswaar intussen de status van internationaal gewoonterecht. Maar omdat ze een verklaring is, houdt ze enkel een geheel van principes in, die de lidstaten van de Verenigde Naties op zich nemen in een poging om alle mensen een waardig leven te bieden. Om de rechten die worden gedefinieerd in de verklaring juridisch volledig afdwingbaar te maken, moesten ze worden neergeschreven in documenten die verdragen genoemd worden. Om politieke en procedurele redenen werden de rechten verdeeld over twee afzonderlijke verdragen, die elk een verschillende categorie rechten aanpakte.

Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) verwoordt de specifieke, vrijheidsgeoriënteerde rechten die een staat niet mag afnemen van zijn burgers, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van beweging. 

Het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) behandelt die artikels uit de UVRM die het recht op zelfbeschikking van het individu definiëren en het recht op basisbehoeften, als eten, onderdak en gezondheidszorg, waarin de staat voor zover mogelijk moet voorzien. De Algemene Vergadering van de VN nam beide verdragen aan in 1966. 

Sinds de Universele Verklaring is aangenomen in 1948 heeft zij dienst gedaan als fundament voor de twintig grote mensenrechtenverdragen. Samen vormen deze het mensenrechtenkader van de Verenigde Naties.

De belangrijkste mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties zijn:

  • Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, 1948
  • Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen, 1951
  • Verdrag inzake Slavernij, 1926, uitgebreid met een Protocol, 1953
  • Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van elke Vorm van Rassendiscriminatie, 1965
  • Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, 1966
  • Verdrag inzake de Niet-Toepasbaarheid van Statutaire Beperkingen bij Oorlogsmisdaden en Misdaden tegen de Menselijkheid, 1968
  • Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen, 1979
  • Verdrag tegen Foltering en andere Wrede, Onmenselijke of Onterende Behandeling of Bestraffing, 1984
  • Verdrag inzake de Rechten van het Kind, 1989
  • Internationaal Verdrag inzake de Bescherming van de Rechten van Alle Migranten Werknemers en hun Familie, 1990
  • Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Beperking, 2006

Naast de Verenigde Naties, een wereldwijde organisatie, zijn er regionale organisaties, die ook instrumenten voor mensenrechten ontwikkeld hebben. Deze regionale mensenrechtenverdragen zijn bedoeld om de VN-verdragen te versterken, die het kader en de minimumstandaard blijven in alle delen van de wereld. Voorbeelden zijn:

  • Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM, ook bekend als Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) is aangenomen in 1950 door de Raad van Europa en nu door 47 lidstaten geratificeerd;
  • Europees Verdrag ter voorkoming van Foltering en Onmenselijke of Vernederende. Behandeling of Bestraffing, aangenomen in 1987 door de Raad van Europa;

-Europees Sociaal Handvest, aangenomen door de Raad van Europa in 1961 en herzien in 1996;

-Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens, aangenomen in 1969 door de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en geldt voor de regeringen die het hebben geratificeerd uit Noord-, Centraal- en Zuid-Amerika;

-Afrikaans Handvest voor de Rechten van Mens en Volken, aangenomen in 1981 door de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE).

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is het oudste en sterkste van al deze regionale mensenrechtensystemen, met standaarden voor Europa die soms de standaarden van internationale mensenrechtenverdragen overtreffen. De achtentwintig staten die lid zijn van de Europese Unie zijn ook lid van de Raad van Europa, en dus juridisch verplicht om de mensenrechten te erkennen en te respecteren in hun nationale wetgeving, waarbij ze alleen hun toevlucht mogen zoeken tot internationale mechanismen als een soort van ‘laatste uitweg’ als landelijke oplossingen niet effectief blijken. Binnen de Raad van Europa wordt het Europees Verdrag uitgevoerd door het Comité van Ministers en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, Frankrijk.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is een permanent gerechtshof dat individuele klachten over de schending van het Europees Verdrag door iedereen die in het gebied van de lidstaten woont, hoort en erover beslist. Het is een aanvulling op de mensenrechtengaranties die bestaan op nationaal niveau.[2]

 

[1] Naar Raad van Europa, Compasito: www.eycb.coe.int/compasito.

[2] Naar Raad van Europa, Compasito: www.eycb.coe.int/compasito.

Kies een actievorm die bij je past
Zet je in voor amnesty en help mensen in nood