Geldig: 1 januari 2026 - 12 juni 2026
STUUR EEN BRIEF NAAR:
M. Aziz Akhanouch
Chef du gouvernement du Royaume du Maroc
Palais Royal Touarga
Rabat 10070
Morocco
STUUR EEN KOPIE NAAR:
Ambassade van Marokko
Ambassadeur Mohammed Ameur
Sint-Michielslaan 29
1040 Etterbeek
E: secretariatambxl@maec.gov.ma
Marokko: laat LGBTI-activist vrij
Ibtissame Lachgar werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden voor “het schaden van de islam” omdat ze op sociale media een foto had gezet waarop ze een t-shirt draagt met de slogan “Allah is lesbisch”.
Wie?
Marokkaanse feministe en verdediger van LGBTI-rechten, Ibtissame Lachgar.
Wat is er aan de hand?
Ibtissame Lachgar werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden voor “het schaden van de islam” omdat ze op sociale media een foto had gezet waarop ze een t-shirt draagt met de slogan “Allah is lesbisch”. De Marokkaanse politie arresteerde haar op 10 augustus 2025. Op 3 september 2025 verklaarde de Rechtbank van Eerste Aanleg in Rabat haar schuldig op grond van artikel 267-5 van het Marokkaanse Strafwetboek, dat “opzettelijke belediging van de islam of heilige symbolen” via publicaties, inclusief online, strafbaar stelt.
Wat wil Amnesty?
Ibtissame Lachgar moet onmiddellijk vrijgelaten worden. Ze wordt louter vastgehouden omdat ze haar mening heeft geuit.
ACHTERGROND
Dringend medische hulp nodig
Ibtissame zit in eenzame opsluiting. Haar advocaat vertelde Amnesty dat ze zowel mentaal als fysiek lijdt onder deze isolatie. Ibtissame is genezen van botkanker maar ze kampt met ernstige medische complicaties. Zij heeft dringend een operatie nodig die niet beschikbaar is in Marokko. Lachgar woonde in Frankrijk en onderging daar een behandeling totdat zij tijdens haar bezoek aan Marokko werd gearresteerd. De autoriteiten hebben meerdere verzoeken om voorlopige vrijlating op medische gronden geweigerd, ondanks de ernst van haar toestand.
Gebruik van artikel 267-5
De veroordeling van Ibtissame maakt deel uit van een algemene tendens waarbij artikel 267-5 van het Strafwetboek wordt gebruikt om vreedzame kritiek op religie strafbaar te stellen. Het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties verklaarde dat, behalve in zeer beperkte omstandigheden, “verboden op uitingen van gebrek aan respect voor een religie of ander geloofssysteem, inclusief godslasteringswetten, onverenigbaar zijn met het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.”