Rusland en Syrië bombardeerden bewust ziekenhuizen die op VN-lijst met verboden doelwitten staan

Rusland en Syrië bombardeerden bewust ziekenhuizen die op VN-lijst met verboden doelwitten staan

Persbericht

- Amnesty International onderzocht in detail 18 lucht- en grondaanvallen op scholen en ziekenhuizen in het noordwesten van Syrië
- Nieuwe bewijzen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid 
- VN mag cruciale aanvoerroute van humanitaire hulp voor burgers in noordwesten van Syrië niet opgeven

Amnesty International dringt er bij de VN-Veiligheidsraad op aan de cruciale aanvoer van hulpgoederen naar burgers in het noordwesten van Syrië niet op te geven. In het gebied vinden oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid plaats. De dringende vraag komt er omdat de VN-resolutie die toelaat om grensoverschrijdende humanitaire hulp te voorzien in Idlib, over enkele weken verstrijkt.

In een nieuw rapport, 'Nowhere is safe for us': Unlawful attacks and mass displacement in north-west Syria, beschrijft Amnesty International 18 cases, waarvan de meeste dateren van januari en februari 2020. Het gaat om aanvallen van Syrische en/of Russische regeringstroepen op medische voorzieningen en scholen in Idlib, het westen van Aleppo en het noordwesten van Hama.

Tegen 5 maart, de afkondiging van een staakt-het-vuren, sloegen in Idlib bijna een miljoen mensen op de vlucht. Velen onder hen waren al herhaaldelijk gevlucht en ontheemd. Deze mensen moesten de voorbije maanden in bijzonder precaire omstandigheden zien te overleven.

"Zelfs volgens de normen van de vreselijke, negen jaar oude crisis in Syrië, zijn de ontheemding en de humanitaire noodtoestand veroorzaakt door de recentste aanvallen op Idlib ongezien. De VN-Veiligheidsraad mag de levensnoodzakelijke grensoverschrijdende, humanitaire hulp niet stopzetten nu duizenden mensenlevens op het spel staan", zegt Heba Morayef, Amnesty’s directeur voor de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika.

"Het recentste offensief was de voortzetting van een weerzinwekkend patroon van grootschalige en systematische aanvallen, bedoeld om de burgerbevolking te terroriseren. Ondertussen bleef Rusland onmisbare militaire steun leveren, onder meer door zelf onwettige luchtaanvallen uit te voeren."

Amnesty International interviewde 74 mensen voor dit rapport, onder wie intern ontheemden, leerkrachten, artsen en humanitaire hulpverleners. Verhalen van getuigen werden afgetoetst aan videobeelden en foto’s, maar ook door de analyse van satellietbeelden, meldingen van plaatselijke vliegtuigspotters en onderschepte Russische en Syrische militaire cockpitcommunicatie.

Aanvallen op ziekenhuizen

Volgens het Idlib Health Directorate hebben Syrische of Russische aanvallen in Idlib en Aleppo tien medische instellingen beschadigd of vernield, tussen december 2019 en februari 2020. Daarbij vielen negen doden onder het medisch en ander personeel. Tientallen andere medische instellingen moesten hun deuren sluiten.

Amnesty International documenteerde aanvallen die resulteerden in de sluiting van vijf ziekenhuizen in regio’s die onder controle stonden van gewapende oppositiegroepen.

Een dokter overleefde een van de drie Russische luchtaanvallen die op 29 januari 2020 de omgeving van het al-Shami-hospitaal in Ariha troffen. Hij vertelde Amnesty International dat de aanvallen minstens twee residentiële gebouwen in de buurt van het hospitaal plat legden. Elf burgers, onder wie een van zijn collega’s, werden daarbij gedood en meer dan dertig anderen raakten gewond.

"Ik voelde me zo machteloos. Mijn vriend en collega lag te sterven, buiten schreeuwden kinderen en vrouwen", zei hij. De burgerbescherming had twee dagen nodig om de lichamen uit het puin te halen, voegde hij eraan toe.

Op basis van getuigenverklaringen die dit verhaal bevestigden, en andere geloofwaardige informatie, vooral van vliegtuigspotters, concludeerde Amnesty International dat deze onwettige aanval werd uitgevoerd door Russische strijdkrachten.

Aanvallen op scholen en burgers

Volgens de Syrische ngo Hurras Network (Syrian Child Protection Network) troffen lucht- en grondaanvallen in januari en februari van dit jaar 28 scholen. Op 25 februari werden op één dag tien scholen aangevallen, waarbij negen burgers het leven lieten.

Amnesty International onderzocht aanvallen op zes scholen in deze periode. Bij twee van die aanvallen, op 28 januari en 25 februari, gebruikte het Syrische leger bomvaten en schoot het vanop de grond clusterbommen af, waarvan het gebruik verboden is volgens het internationale recht.

De gebeurtenissen die beschreven worden in het rapport illustreren hoe Syrische en Russische troepen burgers en burgerobjecten opzettelijk aanvallen. Dat zijn ernstige inbreuken op het internationale humanitaire recht, dat eist dat oorlogvoerende partijen een onderscheid maken tussen militaire doelwitten en strijders enerzijds, en burgerlijke objecten en burgers anderzijds. Alleen aanvallen gericht  tegen militaire doelwitten en militairen zijn volgens het internationale humanitaire recht geoorloofd. Aanvallen op burgers en burgerobjecten zijn oorlogsmisdaden en degenen die het bevel ertoe geven of ze uitvoeren, zijn strafrechtelijk aansprakelijk. Ziekenhuizen en andere medische voorzieningen, gezondheidswerkers en kinderen genieten als burgers en burgerobjecten niet alleen immuniteit tegen aanvallen, zij genieten ook  speciale bescherming tijdens gewapende conflicten.

Bovendien stonden verschillende van de aangevallen medische voorzieningen op een speciale lijst van de VN die duidelijk aangaf welke sites niet mochten aangevallen worden. De lijst was vooraf gedeeld met de Russische, de Turkse en de door de VS geleide coalitietroepen in Syrië.

Onthutsend aantal ontheemden

De recentste aanval op Idlib dwong tussen december 2019 en maart 2020 bijna een miljoen mensen op de vlucht naar gebieden dicht tegen de Turkse grens; 80% van hen waren vrouwen en kinderen.

Een vrouw met drie kinderen, van wie de familie twee keer in de voorbije acht maanden op de vlucht moest, vertelde Amnesty International: “Mijn dochtertje is altijd bang… Ze vroeg me: Waarom doodt God ons niet?.... Nergens zijn we veilig.”

Deze burgers zitten klem op een stuk grondgebied dat voortdurend slinkt, en ze overleven in ondraaglijke omstandigheden. De humanitaire respons schiet zwaar tekort. Snelle en onafgebroken hulp is meer dan ooit nodig.

Cruciale levenslijn bedreigd

In juli 2014 keurde de VN-Veiligheidsraad unaniem een resolutie goed die toelaat om humanitaire hulp over de grens te brengen naar het noordwesten van Syrië en andere delen van het land die onder controle staan van gewapende oppositiegroepen, zonder dat daarvoor de toestemming van de Syrische regering vereist is. De resolutie is sindsdien herhaaldelijk verlengd, al ging dat de laatste jaren uiterst moeizaam en ging de verlenging in januari 2020 gepaard met een beperking van de reikwijdte van de hulp. De voorziene vervaldatum voor de hulpregeling is 10 juli.

Syrië en zijn bondgenoten proberen een einde maken aan dit akkoord en willen de hulp via Damascus sturen. Dat zou het voor de VN en haar humanitaire partners zeer moeilijk maken om de hulp tijdig en zonder onderbreking ter plaatse te krijgen. De regering heeft herhaaldelijk geprobeerd hulpoperaties met bureaucratische voorwaarden aan banden te leggen. Ze heeft ook hulpverleners die werkzaam zijn in door de oppositie bezette zones op een ‘zwarte lijst’ geplaatst en vervolgd.
Ook gewapende groepen als Hay’at Tahrir al-Sham hebben humanitaire organisaties verhinderd hun werk te doen.

''VN-functionarissen hebben Idlib al een humanitair horrorverhaal genoemd. De situatie zal alleen maar erger worden, tenzij de Veiligheidsraad de politieke listen overstijgt en de belangrijke levenslijn voor grensoverschrijdende humanitaire hulp in stand houdt'', besluit Heba Morayef.

hier niet op duwen