RAPPORT 'VOORBIJ TERUGKEER'

RAPPORT 'VOORBIJ TERUGKEER'

Persbericht

Een andere, menselijke en duurzame aanpak van het migratiebeleid is mogelijk en nodig. Daar zijn de ondertekenende organisaties van het rapport ‘Voorbij Terugkeer’ van overtuigd. Dit rapport formuleert zes essentiële aanbevelingen die op termijn een volledige ommekeer in ons denken over migratie mogelijk kunnen veroorzaken.

We kunnen weer « voorbij Corona » kijken: Vandaag (15 juni 2020) gaan de Europese grenzen terug een beetje open, de lock down wordt gelost. Willen we echt terug naar een failliete politiek van vreemdelingendetentie?

 

In België is het migratiebeleid steeds meer gericht op de strijd tegen de zogenaamde "irreguliere" migratie: controle, afschrikking en terugkeer staan in het middelpunt van de belangstelling. Zoals in verschillende rechterlijke uitspraken, waaronder die van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, is benadrukt, heeft dit geleid tot maatregelen die in strijd zijn met de mensenrechten, waaronder de rechten van het kind. Ondanks die klemtoon op terugkeer en de groeiende middelen hiervoor, blijkt uit de cijfers – en uit de klachten in verband met mensenrechtenschendingen - dat het Belgisch beleid hierin weinig succesvol is.

In maart 2018 werd de commissie-Bossuyt opgericht. Die commissie moet het Belgisch beleid inzake de vrijwillige terugkeer en de gedwongen verwijdering evalueren om vervolgens aanbevelingen te doen. Er wordt volop uitgekeken naar haar eindrapport. In haar tussentijds verslag van februari 2019 geeft de Commissie Bossuyt enkel een beschrijving geeft van het huidige uitwijzings- en detentiebeleid van ons land. Wat schromelijk ontbreekt, is een echte evaluatie van dat beleid en de praktijken, maar ook voorstellen voor verbetering en alternatieven.

Om tegemoet te komen aan dat gebrek, organiseerde het verzamelde middenveld [1] in december 2019 in het federaal parlement een conferentie met als titel “Voorbij Terugkeer". Op zoek naar een menswaardig en duurzaam beleid voor personen in precair of onwettig verblijf”. Daarmee wilden wij de leden van de commissie-Bossuyt en de politieke actoren aan het denken zetten, om te tonen dat een andere, doeltreffende aanpak op basis van de mensenrechten en met aandacht voor het hoogste belang van het kind mogelijk is.

Aanbevelingen

Op het eind van dit rapport formuleren we zes essentiële aanbevelingen die op termijn een volledige ommekeer in ons denken over migratie mogelijk kunnen veroorzaken: .

1. Verander het paradigma in het kader van migratiebeleid. Het huidige beleid is te sterk toegespitst op controle, strafbaarstelling en terugkeer. Deze opvatting leidt tot schendingen van de fundamentele rechten, kost veel én is bovendien ondoeltreffend. Wij stellen een volledig ander beleid voor dat berust op opvang, persoonlijke emancipatie en het zoeken naar een duurzame oplossing voor iedereen. Dit houdt in dat:

  • De nodige tijd en ruimte wordt gegeven aan migranten om na te denken over hun migratieverhaal en zich te richten op hun toekomst.
  • Mensen de juiste begeleiding krijgen, op een holistische, inclusieve en individuele wijze, zodat zij beschikken over alle nodige informatie om geïnformeerde beslissingen te nemen. Dit betekent dat deze mensen een actieve rol dient te worden toebedeeld (empowerment) bij de zoektocht naar de meest aangewezen duurzame oplossing.
  • Migranten  begeleid  worden  gedurende  de  hele  procedure.  Indien  terugkeer  de meeste duurzame oplossing is dient de begeleiding en voorbereiding hierbij gebaseerd  te  zijn  op  empowerment  en  mensenrechten.  Als  de  duurzame  oplossing  daarentegen  verankering  in  België  is,  moeten  mensen  een  stabiele  verblijfsvergunning krijgen die hen in staat stelt hun burgerschap ten volle uit te oefenen en van al hun rechten te genieten.

2. Stel een migratiebeleid in dat het hoger belang van het kind voorop stelt. In dat kader volstaat het dus niet om een beleid in te stellen en dat daarna te beoordelen in het licht van de kinderrechten. Er moet een migratiebeleid worden opgezet dat uitgaat van de rechten van het kind. Dat betekent onder andere dat kinderen nooit mogen worden opgesloten om migratieredenen.

3. Investeer meer in onderzoek en de toepassing van alternatieven voor detentie. Detentie is geen doeltreffend middel om duurzame oplossingen te vinden voor migranten, en is trouwens bijzonder duur. In plaats van te investeren in detentie (en met name via het ‘masterplan gesloten centra’, dat bedoeld is om de huidige capaciteit te verdubbelen), moedigen we onze regering aan om te investeren in alternatieven die gebaseerd zijn op betrokkenheid, begeleiding, toekomstgerichtheid en het zoeken naar een duurzame oplossing.

4. Zorg voor meer transparantie in de beslissingen bij de Dienst voor Vreemdelingenzaken en van de minister belast met Asiel en Migratie. De terugkeer, detentie en verwijdering van vreemdelingen stelt ons voor belangrijke uitdagingen op het gebied van fundamentele mensenrechten. De gevoerde werkwijze en het beleid in deze aangelegenheden dienen te steunen op een goede kennis van de feiten en cijfers hieromtrent. Om die reden vragen wij om betrouwbare en volledige gegevens beschikbaar te stellen. Dit omvat met name gegevens omtrent:

  • Beslissingen over verblijf, detentie en terugkeer genomen in het kader van de discretionaire bevoegdheid van de Dienst Vreemdelingenzaken en de Minister of Staatssecretaris voor Migratie. Dergelijke beslissingen noodzaken de regelmatige publicatie van volledige en leesbare statistieken, die vrij toegankelijk zijn via de website alsook een jaarlijkse voorstelling voor het federaal parlement.
  • De betekening van terugkeerakkoorden en memoranda van overeenstemming gesloten tussen België en andere staten om de verwijdering van personen met een onregelmatig statuut te vergemakkelijken. Een voorafgaande parlementaire controle dient plaats te vinden voor enige ondertekening.

5. Voer een grondig onderzoek over het risico op foltering of andere mishandeling. Indien de migrant stelt dat hij een risico loopt op foltering of andere mishandeling of dat dit risico manifest voortvloeit uit de situatie in het land van terugkeer, legt de wet een grondig onderzoek op omtrent dit risico. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden door een instantie die beschikt over de nodige bevoegdheden en middelen. Een gespecialiseerd team dient de toepassing van het non-refoulement beginsel te analyseren. Deze verplichting komt toe aan al de instanties die een beslissing tot verwijdering aannemen, en dit onafhankelijk van een verzoek tot internationale bescherming.

6.  Start een structurele samenwerking met het maatschappelijk middenveld over het migratievraagstuk, en meer bepaald rond het thema van de verwijdering van vreemdelingen en hun (gedwongen of vrijwillige) terugkeer om meer evidence-based informatie te verkrijgen. Dat zou kunnen gebeuren door vertegenwoordigers van het middenveld op te nemen in een permanente onafhankelijke commissie die het Belgische terugkeerbeleid evalueert.


[1] 11.11.11, CNCD – 11.11.11, Amnesty International Belgique francophone, Amnesty International Vlaanderen, ACV, Avocats.be, Beweging.net, Caritas International, Ciré (coordination et initiatives pour réfug-iés et étrangers), Denktank Minerva, Jesuit Refugee Service Belgium, Liga voor Mensenrechten, Ligue des Droits Humains, NANSEN vzw, ORBIT vzw, Platform Kinderen op de Vlucht, Point d’appui, Unicef, Vluchtelingenwerk Vlaanderen