Keert het tij voor autoritaire leiders?

Keert het tij voor autoritaire leiders?

Blog

2017 was het jaar waarin massa’s onderdrukte mensen over de hele wereld in verzet kwamen. Het is genoeg geweest, vonden ze.

Een bejubelde Amnesty International-gewetensgevangene drukte het ooit treffend zo uit: “Mensen willen vrij zijn en hoe lang ze er ook mee instemmen opgesloten te blijven of onderdrukt te worden, ooit breekt het ogenblik aan waarop ze zeggen: ‘Het is genoeg geweest.’”

2017 was een jaar waarin veel onderdrukte mensen over de hele wereld die uitdagende woorden in de mond namen. Het is genoeg geweest, klonk het als uit één mond.
Het was een jaar waarin, als antwoord op het gebrek aan integer leiderschap op het wereldtoneel, miljoenen beslisten het heft in eigen handen te nemen.

Van Caracas tot Warschau, van Harare tot Washington, van Moskou tot Teheran, gingen mensen de straat op om hun rechten op te eisen en weerstand te bieden tegen slecht bestuur, vergaand machtsmisbruik en een toenemende beperking van vrijheden.

Dat moet de leiders wakker schudden die brutaal die rechten hebben ondermijnd. Als je niet reageert op de noden van de mensen, heeft dat politieke gevolgen, is de boodschap.

Een voorbeeld is Polen. De regering heeft er geprobeerd haar greep op de rechterlijke macht, ngo’s en media te versterken maar stuitte daarbij op massaal protest. Duizenden mensen gingen betogen en probeerden zo de autoriteiten te doen inbinden. Dat werkte ook, gedeeltelijk, want de president blokkeerde te elfder ure twee repressieve gerechtelijke hervormingen met zijn veto.


Maar de strijd gaat door. Niet in het minst voor de betogers, die alsnog vervolgd kunnen worden omdat ze deelnamen aan demonstraties, en voor de anderen die kunnen worden opgepakt omdat ze het aandurfden zich uit te spreken.

In Hongarije is de ruimte voor protest nog meer gekrompen. De onderdrukking van onafhankelijke stemmen onder het almaar repressiever optredende regime van premier Viktor Orban is alarmerend, en gaat gepaard met een snel om zich heen grijpende controle door de staat en een buitengewone harteloosheid tegenover vluchtelingen.

Niet-gouvernementele organisaties, zoals Amnesty International, worden speciaal geviseerd met draconische maatregelen die hen beperken in hun activiteiten, of hun werking zelfs helemaal onmogelijk maken.

Orbans bangmakerij was typerend voor een verontrustende, wereldwijde trend naar intolerantie en discriminatie. De toon daarvoor werd in januari gezet door de beslissing van de Amerikaanse regering om mensen uit een aantal landen met een moslimmeerderheid de toegang tot de VS te ontzeggen.

Door het vacuüm in het wereldleiderschap inzake mensenrechten was het aan de mensen zelf om op te komen voor gerechtigheid. Als ze dat deden, eisten repressieve acties een hogere politieke tol – zoals de protesten in Polen aantoonden.

In dit jaar van verzet ontkiemde de hoop op een aantal onverwachte plaatsen, waar de reactie tegen repressieve maatregelen enkele belangrijke overwinningen voor de mensenrechten opleverde. In Chili werd het het totale verbod op abortus opgeheven, Taiwan zette een stap naar de erkenning van het homohuwelijk en in Abuja, Nigeria zagen we een eerste, belangrijke overwinning in de strijd tegen de gedwongen uitzettingen.

Onlangs waren we ook getuige van de val van twee omstreden Afrikaanse leiders: zowel Robert Mugabe in Zimbabwe als Jacob Zuma in Zuid-Afrika werden tot aftreden gedwongen na jaren van onrust en protesten. Het ontslag van Hailemariam Desalegn in Ethiopië, pas enkele weken nadat hij de vrijlating van duizenden gevangenen had aangekondigd, heeft ook daar de hoop op positieve verandering aangewakkerd. De tijd zal uitwijzen of de nieuwe leiders in deze landen werkelijk hervormingen ten gunste van de mensenrechten op gang kunnen brengen.

Heel wat activisten, oude en nieuwe, raakten geïnspireerd door de protesten voor vrouwenrechten, van de Ni Una Menos-beweging in Latijns-Amerika – die geweld tegen vrouwen en meisjes aanklaagde – tot het #Me Too-fenomeen, dat zich via de sociale media verspreidde.


“Plots beseffen ze dat ze iets aan het doen zijn, waarvan ze nooit hadden gedacht dat ze het zouden doen, gewoon omdat het menselijke instinct hun gezicht naar de vrijheid toe heeft gekeerd.” 


Deze heropleving van het activisme toonde hoe belangrijk het is dat mensen opkomen en ijveren voor zwaar bevochten waarden, terwijl ze hun economische en sociale rechten opeisen.

Met de woorden van de eerder al geciteerde Amnesty-gewetensgevangene: “Plots beseffen ze dat ze iets aan het doen zijn, waarvan ze nooit hadden gedacht dat ze het zouden doen, gewoon omdat het menselijke instinct hun gezicht naar de vrijheid toe heeft gekeerd.” 

Het zijn de woorden van Aung San Suu Kyi, jarenlang het gezicht van de strijd voor mensenrechten in Myanmar. Uitgerekend haar inzet voor gerechtigheid werd in 2017 zwaar in vraag gesteld. Haar stilzwijgen over de operatie van etnische zuivering van het leger, gericht tegen de Rohingya, was een van de meest ontnuchterende voorbeelden in het voorbije jaar die ons eraan herinnerden dat we niet alleen op onze leiders kunnen rekenen om onze mensenrechten te beschermen.

In dat besef hebben mensen over de hele wereld kracht en eenheid gevonden bij elkaar. Ze hebben nieuwe manieren gecreëerd om zich te organiseren en zich te verzetten. Door de kant te kiezen van zij die geconfronteerd worden met onrechtvaardigheid en verdrukking, door zich bij hen aan te sluiten – met de woorden “Het is genoeg geweest” – kunnen wij allemaal een rol spelen in deze krachtige verzetsbeweging.
 

Lees meer over het jaarrapport

jaarrapport 2017/18
Hoe zijn de #mensenrechten er wereldwijd aan toe?
Auteur: 
Salil Shetty, Secretaris-Generaal van Amnesty International