Doelloos ronddobberend op de middellandse zee

Doelloos ronddobberend op de middellandse zee

Blog

In de zomer van 2019 hebben de Europese regeringen honderden mensen die op zee gered waren, wekenlang aan hun lot overgelaten, doelloos ronddobberend op de Middellandse Zee.

Mensen die het door conflict geteisterde Libië waren ontvlucht, raakten verstrikt in de cynische politieke onderhandelingen tussen EU-regeringen. 

Eind augustus 2019 zaten 356 mensen vast op het reddingsschip Ocean Viking, beheerd door de ngo's Artsen zonder Grenzen en SOS-Mediterranee. Eerder die maand kostte het 19 dagen, verschillende medische evacuaties en wanhopige sprongen in het water voordat de laatste 83 mensen op Proactiva's reddingsschip Open Arms in Italië aan land mochten gaan. Ondanks de publieke verontwaardiging en de verslechterende gezondheidstoestand aan boord, negeerden de Italiaanse autoriteiten dagenlang een gerechtelijk bevel om de Open Arms te laten aanmeren. 

Daarvoor werd in juli de kapitein van Sea-Watch 3, Carola Rackete, in Lampedusa gearresteerd omdat ze zich een weg naar de haven had geforceerd, nadat haar de toegang tot de haven was ontzegd door de Italiaanse politieautoriteiten. Begin 2019 zijn 49 mensen, waaronder kinderen, 19 dagen op zee gestrand nadat ze gered waren door de ngo’s Sea-Watch en Sea Eye. 

Dit soort incidenten kwamen regelmatig voor het afgelopen jaar, als gevolg van het Italiaanse "gesloten havens"-beleid dat in juni 2018 van start ging. Dat betekent dat schepen die vluchtelingen en migranten op zee redden, niet langer toestemming zouden krijgen om ze in Italië te van boord te laten gaan. In juni 2019 stemde Italië in met een wet die de regering de bevoegdheid geeft om ngo-reddingsschepen met mensen aan boord, te verbieden de Italiaanse wateren binnen te varen. Als ze dat toch doen kunnen ze gestraft worden met boetes tot 1 miljoen euro en de inbeslagname van de reddingsboten. 

Reddingsschepen van ngo's zijn vaak de enige hoop voor mensen in gevaar op zee. Wat gebeurt er nu echt als het aankomt op migratie in het centrale Middellandse Zeegebied? En wat doet Europa?
 

Zoek- en reddingsacties in de Middellandse Zee: hoe zit dat?

©Chris Grodotzki/Sea-Watch

Een vrouw en kind wachten aan boord van het reddingsschip Sea-Watch 3, ze zitten 19 dagen vast op zee. © Chris Grodotzki/Sea-Watch

Mensen die zich in nood op zee bevinden, moeten volgens het internationaal recht zo snel mogelijk gered en overgebracht worden naar een veilige plaats. Dat wil zeggen een land waar ze op een menselijke manier behandeld worden en waar ze een eerlijke kans krijgen om asiel aan te vragen.  

Tot voor kort betekende dat, dat wie uit Libië afkomstig was en op de centrale Middellandse Zee gered werd, naar Europa gebracht werd. Die persoon terugsturen naar Libië kon niet want daar riskeerde hij/zij/x arbitraire detentie en foltering.   

Europese overheden stonden voor een dilemma: enerzijds wilden ze de migratie via het centrale Middellandse Zeegebied een halt toe roepen. Ze willen namelijk niet dat meer mensen naar Europa komen. Anderzijds kunnen ze mensen niet terugsturen naar Libië zonder de wet te overtreden.

En dus vonden ze een achterpoortje: ze steunden de Libische kustwacht om mensen te onderscheppen en terug te brengen naar Libië. Die steun neemt veel verschillende vormen aan: er werden boten geschonken, bemanningsleden opgeleid, hulp aangeboden bij planning en coördinatie, en – misschien nog wel het belangrijkste – ze deden al het  werk om een Libisch ‘zoek- en reddinggebied’ te laten erkennen in de  centrale Middellandse Zee.

Hoe werkt dat dan in de praktijk? Het antwoord is simpel: niet. Dat konden we zien bij de totale impasse rond Sea-Watch 3, Open Arms en Ocean Viking in de Middellandse Zee in 2019.

Sea-Watch 3, July 2019

Op 12 juni 2019 redde de Sea-Watch 3 53 mensen in het Libische zoek- en reddingsgebied en, op grond van het zeerecht, de Maritime Rescue Coordination Centres (MRCC) gealarmeerd van de staat waar het schip geregistreerd is, Nederland, en van Italië, Libië en Malta. 

Het Libische MRCC zei dat het in Tripoli moest aanmeren. Dat weigerde de Sea-Watch 3, omdat Tripoli geen veilige haven is. Het Italiaanse MRCC zei dat zij niet de bevoegde autoriteiten waren omdat de redding in het Libische zoek- en reddingsgebid was gebeurd. De Sea-Watch 3 zette vaart naar de dichtstbijzijnde veilige haven, hetzij Italië of Malta. 

De volgende dag verbood Italië hen om de Italiaanse wateren binnen te varen. Vervolgens verslechterden de omstandigheden van verschillende mensen aan boord, waardoor tien mensen om medische redenen naar Italië werden geëvacueerd. Het schip bleef dagenlang net buiten de Italiaanse territoriale wateren dobberen. 

Na 14 dagen op zee, waarbij de omstandigheden van de passagiers steeds verslechterden, besloot de kapitein dat haar enige optie was om de Italiaanse wateren te betreden en te wachten op instructies. Op grond daarvan hebben de autoriteiten een onderzoek tegen de kapitein ingesteld. Toen de spanningen aan boord toenamen, besloot de kapitein het havengebied binnen te varen. Ze werd gearresteerd en de geredde mensen zijn na 18 dagen eindelijk van boord kunnen gaan. 

Op 2 juli 2019 werd bepaald dat de arrestatie niet kon worden gehandhaafd omdat de kapitein had gehandeld in overeenstemming met haar plicht om mensen op zee te redden. Ze is vrijgelaten maar er blijft een onderzoek tegen haar lopen.

© Chris Grodotzki/Sea-Watch

Twee dagen nadat hij uit de Middellandse zee gered werd door het humanitair reddingsschip Sea-Watch 3, toont een jongetje zijn tekening met daarop de reddingsactie.

Open Arms, August 2019

In twee operaties op 1 en 2 augustus redde het reddingsschip Open Arms 124 mensen van de verdrinking, waaronder twee baby's, 30 kinderen en twee hoogzwangere vrouwen. Velen van hen hebben melding gemaakt van extreme mishandeling in Libië. Italië verbood de Open Arms de toegang tot zijn nationale wateren. Ook Malta weigerde ze te accepteren. 

Tien dagen later heeft het Open Arms-reddingsschip nog 39 mensen in het Maltese zoek- en reddingsgebied gered. Malta nam zijn verantwoordelijkheid op voor het ontschepen van deze mensen, maar zei dat de anderen aan boord zouden moeten blijven. Om mogelijke spanningen aan boord te vermijden, gezien slechts enkele mensen van boord mochten gaan, wees de kapitein het aanbod af. 
Op 1 augustus heeft Italië Open Arms verboden om de Italiaanse wateren te betreden. Vijf dagen later werd het verbod in Italië door een rechtbank opgeheven, dus vertrok het reddingsschip na 15 dagen op zee richting Lampedusa. Ondanks het gerechtelijk bevel en het feit dat zes Europese landen ermee hadden ingestemd om de mensen aan boord op te vangen, weigerde Italië nog vijf dagen langer toestemming te verlenen om aan te meren. 

Na verschillende medische evacuaties en wanhopige sprongen in het water heeft de Procureur-Generaal uiteindelijk op 20 augustus opdracht gegeven tot het dringend ontschepen van alle opvarenden. De absurde impasse en het onnodige leed heeft 19 dagen geduurd. Er is een onderzoek ingesteld naar het uitblijven van de toestemming voor ontscheping na het eerste gerechtelijk bevel.
 

Ocean Viking, August 2019

Tussen 8 en 12 augustus heeft het reddingsschip Ocean Viking van SOS Mediterranee en Artsen zonder Grenzen in vier afzonderlijke reddingsoperaties 356 mensen gered. Onder hen bevonden zich 103 kinderen, waarvan 92 niet- begeleide kinderen.

Ondanks het feit dat de Libische autoriteiten in hun zoek- en reddingsgebied meerdere malen zijn gealarmeerd, hebben ze niet gereageerd en nagelaten een veilige plaats voor ontscheping aan te wijzen in overeenstemming met het internationale recht.

De Ocean Viking blijft zo 14 dagen op zee gestrand, op gelijke afstand van Malta en Italië, in afwachting van de toegang tot een veilige haven. Uiteindelijk is er een akkoord bereikt tussen enkele Europese landen. Malta zou de 356 mensen van boord laten gaan en vervolgens zouden zes landen - Frankrijk, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Portugal en Roemenië - reloceren.

Vluchtelingen en migranten wachten op de Europese beslissing over hun toekomst aan boord van de Sea-watch 3 © Chris Grodotzki/Sea-Watch

Ontscheepte vluchtelingen en migranten komen eindelijk in Malta aan. ©Chris Grodotzki/Sea-Watch

Ontscheepte vluchtelingen en migranten komen eindelijk in Malta aan. ©Chris Grodotzki/Sea-Watch

Wat zijn de problemen?

Het Dublinsysteem

Over de jaren heen werden er heel wat boten, met vluchtelingen en migranten aan boord, gedurende uren, dagen en zelfs weken aan hun lot overgelaten. Deze vertragingen leidden tot meer doden op zee, zoals in het geval van de boot “achtergelaten voor dood” in 2011 en het “kinderscheepswrak” in 2013.

Volgend op deze grote incidenten ondernamen Europese landen reddingsoperaties en redden ze duizenden levens op zee. Maar de afgelopen jaren, schroefden diezelfde Europese landen hun operaties terug om het aantal mensen dat Europa wou bereiken te laten dalen. Met als gevolg dat het centrale Middellandse Zeegebied onbewaakt achterbleef.

Een aantal ngo’s probeert de leemte op te vullen en het hoge aantal doden op zee terug te dringen met reddingsschepen, volledig conform het internationaal maritiem recht. Maar die reddingsschepen worden in de steek gelaten nu ze de toegang geweigerd worden om in Europa, in het bijzonder in Italië en Malta, aan te meren met geredde mensen aan boord.

Toch worden ngo-reddingsschepen echter ten onrechte beschuldigd een "pullfactor" te zijn. Niet alleen is er geen enkel bewijs dat die bewering staaft, maar ook publiek beschikbare studies tonen het tegendeel aan: de aanwezigheid van reddingsschepen heeft geen invloed op het aantal mensen dat het centrale Middellandse Zeegebied oversteekt. De aanwezigheid van reddingsschepen vermindert daarentegen wel het risico op sterven tijdens de oversteek. 

Maar die reddingsschepen worden in de steek gelaten nu ze de toegang geweigerd worden om in Europa, in het bijzonder in Italië en Malta, aan te meren met geredde mensen aan boord.

Waarom zijn Zuid-Europese landen zo voorzichtig om mensen toegang te verschaffen?  

Een belangrijke reden is het Dublinsysteem. Dit bepaalt dat het eerste land waar een asielzoeker voet aan wal zet verantwoordelijk is voor het onderzoeken van diens asielaanvraag. Het land moet instaan voor het verblijf van de asielzoeker tijdens de procedure, inburgering van erkende vluchtelingen en terugkeer van geweigerde asielzoekers naar hun land van herkomst. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor staten aan de buitengrenzen van Europa. Voornamelijk Zuid-Europese landen kiezen ervoor asielzoekers geen toegang te verschaffen door het ontbreken van intra-Europese solidariteitsmechanismen. Ook al betekent dat dat asielzoekers daardoor de dood riskeren en de staten in kwestie hun internationale verplichtingen schenden.

De Europese landen  laten zo niet enkel de Zuid-Europese landen in de steek, maar het system laat ook asielzoekers in de steek. Ze blijven achter op zee, kwijnen weg in Europese landen met inefficiënte en overbevraagde asielprocedures en slagen er niet in hun familieleden die al in een ander Europees land asiel aanvraagden of kregen te vervoegen. 

Jammer genoeg werden alle pogingen om dit Dublinsysteem te hervormen, of tenminste een systeem uit de denken om mensen snel aan land te laten gaan en daarna op een eerlijke wijze over de verschillende Europese staten te verdelen, verlamd door een aantal Europese regeringen.

De deal met Libië

De voorbije  jaren probeerden Italië en ander Europese overheden vluchtelingen en migranten weg te houden uit Europa door de grensbewaking te outsourcen aan de Libische autoriteiten. Vooral door de Libische kustwacht te helpen om mensen in nood te onderscheppen en hen mee terug naar Libië te brengen.  

Het feit dat vrouwen, mannen en kinderen bij terugkeer naar Libië het slachtoffer worden van arbitraire detentie, foltering, verkrachting en uitbuiting, lijkt er weinig toe te doen voor Europese leiders.

Een vluchteling in Libië went nadat ze gevangen werd door de anti-immigratie politie. © Taha Jawashi

Een vluchteling in Libië weent nadat ze gevangen werd door de anti-immigratie politie. © Taha Jawashi

Zoals gezegd was een belangrijk deel van de strategie het uitroepen van een Libisch zoek- en reddinggebied in het centrale Middellandse Zeegebied. Dit gebeurde in juni 2018. Vanaf dan was de Libische kustwacht verantwoordelijk voor de reddingsoperaties in dit deel van de Middellandse Zee. Het deel waar de meeste schepen zinken. De Libische kustwacht moet sinds dan ook instructies geven over waar reddingsschepen aan moeten meren. Maar de Libische kustwacht heeft niet voldoende capaciteit om reddingsoperaties te coördineren, en mensen terugsturen naar Libië is illegaal.

Nu kunnen Europese overheden nog steeds niet zeggen tegen schepen die in dat gebied mensen redden: “breng hen terug naar Libië”- want dat zou illegaal zijn - maar kunnen ze wel zeggen : “dat is het Libisch zoek- en reddinggebied, vraag de Libische kustwacht wat te doen”. Maar de kapitein van het schip moet wel nog steeds het internationaal recht naleven, en kan hen dus niet naar Libië brengen.

Hierdoor ontstaat een absurde situatie waarbij mensen die gered worden noch naar Libië, noch naar Europa kunnen en dus blijven ronddrijven op zee.

Het meest verraderlijke gevolg hiervan is dat kapiteins van schepen, voornamelijk commerciële schepen, ontmoedigd worden om hun verplichting na te leven om mensen op zee te redden uit angst om dagenlang op zee vast te zitten zonder zicht op toegang tot een veilige haven.

De situatie verergert doordat overheden ngo’s, die de Europese strategie van “outsourcing” verstoren, ervan weerhouden levensnoodzakelijke reddingsoperaties uit te voeren door ongegronde strafonderzoeken en bureaucratische obstakels.

Zo zijn in 2019 bijvoorbeeld ngo-schepen zoals de Mare Jonio en de Sea-Watch 3 in Italië wekenlang door de Italiaanse autoriteiten herhaaldelijk in beslag genomen na reddingen en ontschepingen, op verdenking van het faciliteren van illegale binnenkomst. De Mare Jonio werd op 13 mei in beslag genomen na het redden van 30 mensen, de inbeslagname werd begin augustus opgeheven. De Sea-Watch 3 werd op 18 mei in beslag genomen nadat 47 geredde mensen op Lampedusa van boord waren gegaan en die inbeslagname werd begin juni 2019 opgeheven.

Bureaucratische obstakels belemmeren ook de reddingsactiviteiten van ngo's. Op 8 januari 2019 vaardigden de Spaanse maritieme autoriteiten een administratief bevel uit om te voorkomen dat Proactiva's schip Open Arms mensen in de Middellandse Zee kon redden. In dit bevel erkennen de Spaanse autoriteiten de tekortkomingen van het systeem en wijzen zij op de manier waarop de mediterrane landen op de recente reddingen hebben gereageerd op een manier die in strijd was met het internationale zeerecht en de internationale maritieme normen, maar laten zij de redders en asielzoekers de prijs betalen voor die mislukking.  

Door deze constructie, en door ngo’s uit het Libisch zoek- en reddinggebied te duwen, hebben Europese leiders een juridische fictie gecreëerd, een rookgordijn waarmee ze hun verantwoordelijkheid voor de mensen in nood  op zee, van zich afschuiven. Dit is allesbehalve een oplossing.

Het migratiedebat verzieken uit politiek eigenbelang

Het aantal irreguliere binnenkomsten aan de Europese buitengrenzen was in 2018 het laagste in de voorbije vijf jaar, volgens het Europese grensagentschap Frontex. Toch blijven mensen geloven dat er een aanhoudende migratie “crisis” is in het Middellandse Zeegebied.

Slechts 114 000 vluchtelingen en migranten staken de Middellandse Zee over in 2018. De meesten kwamen aan in Spanje (58 569), Griekenland (32 497) en Italië (23 370).  

Als je in rekening neemt dat er meer dan 500 miljoen mensen wonen in de EU, en dat vergelijkt met het aantal vluchtelingen en migranten in Afrika en Azië, dan kan je moeilijk spreken van een “golf”. Ook al willen sommigen ons dat graag laten geloven.

Recente beleidskeuzes, in het bijzonder van Italië, hebben geleid tot de terugkeer van de zogenaamde “spookschepen” die Italië ongedetecteerd bereiken, en hebben het waarschijnlijker gemaakt dat schipbreuken en pullback-operaties naar Libië niet geregistreerd worden. Maar er bestaat geen twijfel dat het aantal oversteken gekelderd is, voornamelijk als gevolg van de outsourcing aan de Libische kustwacht sinds 2017.  

Tegelijkertijd is het risico tot verdrinking tijdens de overtocht toegenomen, gezien de weinig gespecialiseerde reddingsschepen die nu beschikbaar zijn. In augustus 2019 werd van ongeveer 900 mensen gevreesd dat ze verdronken of vermist waren, waarvan volgens IOM ongeveer 640 in het centrale deel van het Middellandse Zeegebied, dit brengt het sterftecijfer op ongeveer één op vijf.

Ondanks de feiten blijven een aantal regeringen er op hameren dat Europa een “crisis” ondergaat en dat migranten en vluchtelingen, net als mensen die hen helpen op zee, een bedreiging vormen voor Europa.

Zeer weinig Europese regeringen aanvaarden dat de echte crisis gaat over het verlies van mensenlevens op zee.

Verdeeldheid zaaien en haat aanwakkeren tegen vreemdelingen, het visueel opvoeren van reddingsoperaties op zee – terwijl de meeste mensen gewoon over land en met het vliegtuig toekomen – en de EU de schuld geven terwijl het nationale overheden zijn die de problemen creëren, is een vaak gehanteerde strategie voor politici die liever stemmen ronselen dan oplossingen zoeken. Mannen, vrouwen en kinderen in nood die achterblijven en lijden op zee, zijn slechts pionnen in hun politieke spel.

Wat is dan de oplossing? 

© Chris Grodotzki/Sea-Watch

© Chris Grodotzki/Sea-Watch

Om zo’n complexe situatie op te lossen, moeten Europese lidstaten samen werken aan een gemeenschappelijke oplossing die werkt voor alle lidstaten. En belangrijker: aan een oplossing die werkt voor mensen.

Als Europese leiders willen dat minder mensen proberen om Europa op irreguliere wijze te bereiken, moeten ze veilige en legale mogelijkheden aanbieden om in Europa asiel aan te vragen, werk te zoeken, of herenigd te worden met familie. Dit betekent niet het einde van grenscontroles, maar een uitbreiding van veilige en legale toegang, en een beter gecontroleerd migratiebeleid.

Natuurlijk zullen sommigen nog steeds de oversteek wagen in gammele bootjes. Europa moet dus een mechanisme op poten zetten om hierop te reageren. Dit houdt in dat er voldoende reddingsschepen moeten zijn, maar ook een snel en betrouwbaar ontschepingsmechanisme in lijn met internationaal recht, en een eerlijk systeem om de verantwoordelijkheid voor asielzoekers te verdelen tussen de Europese lidstaten.  

In de samenwerking tussen Europese overheden en de Libische autoriteiten om het land te stabiliseren, moet de nadruk liggen op de bescherming van mensenrechten, met inbegrip van de rechten van vluchtelingen en migranten. Europese steun aan Libië moet bijdragen tot een einde aan de detentie van vluchtelingen en migranten, de onmiddellijke vrijlating van iedereen uit arbitraire detentie, en de hervestiging van vluchtelingen naar veilige landen.

We kunnen beter doen

Een baby lacht op weg naar Italië tijdens een reddingsoperatie vlakbij de Libische kust in 2016. © Andreas Solaro/AFP/Getty Images

Zoals de EU Commissaris voor Migratie, Binnenlandse Zaken en Burgerschap, Dimitris Avramopoulos, zei na het Sea-Watch/Sea-Eye debacle:

“Dit was niet Europa’s beste moment… De Europese Unie staat voor menselijke waarden en solidariteit. Als menselijke waarden en solidariteit niet hoog gehouden worden, is Europa niet langer Europa.”  

Niettemin blijven soortgelijke incidenten zich echter voordoen en zijn de EU-leiders het nog steeds niet eens over een oplossing.

Het lijkt misschien alsof het tijdperk van dat “andere” Europa al is aangebroken. Maar de meerderheid van de Europeanen geloven nog steeds in mensenrechten en solidariteit, en beleidsmaatregels die mensen tegen elke kost willen tegenhouden genieten niet zo’n wijde steun als hun voorstanders ons willen doen geloven.

We moeten verder kijken dan de retoriek die vluchtelingen, migranten en de mensen die hen helpen demoniseert, puur voor electorale doeleinden. Vele Europeanen geloven in het redden van mensenlevens op zee, willen een rechtvaardig asielsysteem en een rechtvaardig migratiebeleid, en willen dat de rechten van mensen die naar Europa migreren gerespecteerd worden.

Er is geen eenvoudige oplossing. Maar net omwille van de complexiteit van de situatie, moeten politici een einde maken aan de bangmakerij, en werken aan een geloofwaardig, effectief, humaan en realistisch beleid, dat mensenrechten respecteert – in de plaats van ze af te bouwen.

Logo Amnesty International

Amnesty International Vlaanderen vzw
Goffartstraat 32
1050 Brussel



Ingang en onthaal:
Waversesteenweg 169
1050 Brussel
T: +32 2 669 37 37
onthaal@amnesty-international.be
Rek. nr. BE11 5230 8012 9048
Ondernemingsnr. BE 0418.308.243

hier niet op duwen