Bedrijven en mensenrechten: de lessen van de pandemie

Bedrijven en mensenrechten: de lessen van de pandemie

Actueel

De Europese Commissie wil werk maken van wetgeving die bedrijven verplicht om mensenrechten en milieunormen te respecteren in al hun activiteiten en over hun hele toeleveringsketens. Een grote stap vooruit, die ngo’s en vakbonden toejuichen. Bindende regels zijn noodzakelijker dan ooit, nu de COVID-19-crisis de limieten van ongereguleerde globalisering blootlegt.

Terwijl het coronavirus de wereld in zijn greep heeft, komt het Europese debat over de economische relance volop op gang. Het herstelplan zal groen en rechtvaardig zijn – als het tenminste de lijn volgt van de Green Deal, zoals voorgesteld door de Commissie-von der Leyen in december 2019.

Een cruciaal aspect dat beleidsmakers hierbij niet uit het oog mogen verliezen, is de impact van bedrijfsactiviteiten op mensenrechten en milieu wereldwijd, via de geglobaliseerde productieketens van onder meer kledij, elektronica en voedsel. Zowel de oorzaken als de gevolgen van de huidige crisis tonen de urgentie aan van strengere regulering.

Mijnbouw, agro-industrie en ontbossing

Ten eerste hebben ongereguleerde of slecht gereguleerde economische activiteiten bijgedragen tot het ontstaan van pandemieën zoals COVID-19. Verder onderzoek is nodig om de exacte herkomst van het coronavirus te bepalen. Maar verschillende wetenschappers wezen er al op dat industriële mijnbouw, ontbossing en landbouw een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van ziekten. Klimaatverandering, bevolkingsdruk en het internationaal verkeer van mensen en goederen versnellen en versterken epidemieën.

Klimaatverandering, bevolkingsdruk en het internationaal verkeer van mensen en goederen versnellen en versterken epidemieën.

Volgens bestaande internationale richtlijnen moeten bedrijven alles in het werk stellen om te voorkomen dat ze, op welke manier dan ook, zouden bijdragen aan schendingen van de mensenrechten en milieuvervuiling (het principe van due diligence of gepaste zorgvuldigheid). Maar dergelijke richtlijnen rekenen op de goodwill van bedrijven. Bij gebrek aan een bindend kader is er geen garantie dat zij in de toekomst wél zorgvuldiger te werk gaan.

Fragiele handelsketens

Tweede vaststelling: de COVID-19-crisis toont nogmaals aan hoe precair en fragiel de internationale toeleveringsketens zijn. De crisis treft vooral de meest kwetsbare groepen aan het begin van deze ketens, overal ter wereld. Textielarbeiders, voornamelijk vrouwen, worden massaal ontslagen of worden niet betaald voor bestellingen die vóór de crisis zijn geplaatst. Sociale dialoog is vaak onbestaande. Artisanale mijnwerkers krijgen geen cash meer voor hun mineralen. De gezondheids- en veiligheidssituatie in de bedrijven die nog actief zijn, laat op veel plaatsen te wensen over.

Miljoenen mensen die afhankelijk zijn van informele arbeid belanden door de pandemie in extreme armoede, zonder sociale bescherming. Zij moeten kiezen tussen sterven aan het virus of sterven van de honger. Milieu-, mensenrechten- en vakbondsactivisten die zich verzetten tegen machtige economische belangen lopen in veel landen nog meer gevaar, vanwege quarantainemaatregelen en eenzijdige politieke aandacht voor het coronavirus.

Eindelijk Europese doorbraak

Een terugkeer naar business as usual is dan ook geen optie. Ook de Europese Commissie lijkt door de coronacrisis tot dit inzicht gekomen. Op 29 april beloofde EU-Commissaris voor Justitie Didier Reynders om volgend jaar wetgeving in te voeren die bedrijven in alle sectoren een zorgplicht oplegt. Een doorbraak die ngo’s en vakbonden toejuichen, want de EU was voordien altijd pleitbezorger van zelfregulering en vrijwillige initiatieven. De nieuwe wetgeving moet volgens Reynders deel uitmaken van de Europese reactie op de COVID-19-crisis en aansluiten bij de Green Deal.

Concreet zullen Europese bedrijven, in alle sectoren, respect moeten verzekeren voor mensenrechten, sociale standaarden en milieunormen in hun hele toeleveringsketens. Als ze dat niet doen, volgen sancties, want een ‘reglementering zonder sancties, is geen reglementering’, aldus Reynders. Het valt nog te bezien of het voorstel van de Europese Commissie echt tanden zal hebben. Zo is het bijvoorbeeld cruciaal dat het ook effectieve toegang tot de rechter garandeert voor mensen en gemeenschappen die door wanpraktijken van bedrijven worden getroffen.

Het valt nog te bezien of het voorstel van de Europese Commissie echt tanden zal hebben.

België als voortrekker?

België moet nu mee aan de kar trekken en binnen de Europese Unie pleiten voor sterke wetgeving. Daarnaast kan ons land zélf het goede voorbeeld geven door een nationale zorgplichtwet aan te nemen, zoals Frankrijk al deed in 2017.

België moet ook actief en constructief deelnemen aan de lopende onderhandelingen over een internationaal verdrag rond ondernemingen en mensenrechten binnen de Verenigde Naties, en eisen dat ook de Europese Unie in deze gesprekken met een ambitieus onderhandelingsmandaat aan tafel schuift.

Alleen met een bindend kader, dat op alle niveaus (nationaal, Europees, internationaal) een gelijk sociaal en ecologisch speelveld installeert, zal het economisch herstel immers echt duurzaam en rechtvaardig kunnen zijn.

Deze tekst verscheen eerder op Mo* en werd ondertekend door: 11.11.11, Oxfam-in-België, Amnesty International Vlaanderen, Amnesty International Belgique francophone, CNCD-11.11.11, WSM, FOS, Commission Justice et Paix, Entraide et Fraternité, FIAN Belgium, Vredesactie, ACV-CSC, ACLVB-CGSLB, ABVV-FGTB